Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bij mij naar boven. Niet zoo zeer om de irenische gevoelens van den Utrechtschen Hoogleeraar te berispen, maar om in hem te aanschouwen een toonbeeld van Gods vrijmachtige verkiezing. Wat kan God aan zondige inenschen geven hetwelk aan dezen mensch niet gegeven is ? Geboorte, opvoeding, levensomstandigheden, gaven van verstand en lippen, van gevoel en oordeel ; huiselijk leven en maatschappelijke positie met een uiterlijke schoone, mannelijke gestalte, alles in de maat, alles in harmonie ! En boven dat alles de kennis van den zoon Gods, den roem in het kruis van Christus, de wetenschap dat wij uit genade zalig worden, door het geloof, zonder de werken der wet, de heerlijke roeping 0111 van deze zaligheid te getuigen, om dat heil te prediken, om den Heiland in het openbaar te belijden met een taal en in woorden, die iedereen dwingen tot lezen, omdat de taal zoo echt, zoo schoon, zoo onze Nederlandsche taal is, dat ongeloovigen zelfs lezen moeten, en dus in gevaar komen 0111 na te denken over de dingen, van welken Heets in de Stichtelijke Uren zoo heerlijk getuigt!

Welk een onderscheid tusschen Bilderdijk en Heets ! Allen en schier alles heeft Bilderdijk tegen zich. Een natuur, die hem onophoudelijk doet struikelen over zich zeiven, smachtend naar weelde en geoordeeld om ontbering, ja een oogenblik zelfs honger te lijden. Opkomend voor de heiligheden des Heeren, en gedichten schrijvend die verzegeld moesten worden en ternauwernood zelfs voor mannen leesbaar zijn ! Vol adelijke gevoelens, zich vermeiend in zijn hooge afkomst, en ruw in zijn aanval op wie hij uit overtuiging bestreed.

En toch is ook Bilderdijk een roem der natie, de grootste dichter tot nog toe, van het protestantsche Nederland ; de ongeveinsde Christen, die in Gods rechtvaardigheid en genade, gelijk die op Golgotha verheerlijkt zijn, de behoudenis zijner ziel, het beginsel zijner wetenschap, zijn troost in leven en sterven, gevonden heeft.

Wie van deze beide groote dichters en groote mannen de grootste is, behoef ik gelukkig niet uit te maken. Bilderdijk is groot aan kracht, door rijkdom, door haat en door liefde beide. Beets is groot door liefelijkheid en eenvoud, door reinheid en menschelijkheid. Beets mag op zijn zeventigste jaar zeggen : nu weet geheel Nederland, hoeveel ik van de vrouwen

Sluiten