is toegevoegd aan uw favorieten.

Eenige brieven aan een vriend te Jeruzalem

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Gereformeerde leer belijden, inzonderheid de modernen, als „vreemde indringers" beschouwt, aan wien men de erfenis der vaderen niet mag overlaten.

Het kan dus een bange en lange strijd worden. Want de modernen zullen zich niet zoo gemakkelijk als vreemde indringers laten verjagen. Zij toch beweren de echte, ware Protestanten te zijn, en hebben de geheele kerkelijke organisatie en de Synodale macht met een voornaam deel der openbare tneening in hun voordeel. En iri zooverre hebben zij, dunkt mij, gelijk, dat zij zich niet als „vreemde indringers" willen beschouwd zien. Zij zijn vleeschelijke zonen en dochteren der oude Protestanten; in de Herv. Kerk geboren en opgevoed, tot kerkelijke ambten en bedieningen gekomen, alles naar het in de kerkelijke reglementen beschreven recht, zonder ooit de belofte te hebben afgelegd of de verplichting op zich te nemen om iets te prediken of te belijden, wat volgens hun verstand en hart niet waar is. Zij hebben de meerderheid in de Synode en vragen, ja eischen recht. De Kerk heeft hen als hare kinderen erkend en alle rechten geschonken. En dat is zoo sterk, dat zelfs de tegenwoordige kerkeraad van Amsterdam, die jongelieden van moderne richting het doen van z.g. belijdenis onmogelijk maakt, de moderne predikanten in zijn eigen gemeente ongehinderd de bediening des Woords en der Sacramenten laat behouden.

Ja dat is, geloof ik, de spil waarom alles draait. Winnen het de Gereformeerden, dan kan een omwenteling niet achter blijven, dan moeten de modernen uitgezet worden. Verliezen zij het, dan blijven de zaken, wie zal zeggen, hoe lang, op den ouden voet voortgaan.

Iedereen, die belang in deze zaken stelt, wacht dus op de dingen die komen zullen. En wat kan de inensch, wiens adem in zijn neus is, anders doen ? De Heere regeert ! — in deze wetenschap vindt de geloovige ten laatste de rust van zijn hart. Bij de meerderheid des volks is de belangstelling in de maatschappij en hare belangen veel grooter, dan in de kerkelijke aangelegenheden. Zoolang slechts de openbare orde en rust geen gevaar loopt, laat men de kerkelijken voor hetgeen ze zijn. In deze dagen echter bemoeit zelfs het Handelsblad zich met de zaken der Kerk. Natuurlijk om die mannen, die naar