is toegevoegd aan uw favorieten.

Eenige brieven aan een vriend te Jeruzalem

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

grond geschoven. In de openbare meening, en die meening is bijna door geheel de dagbladpers opgewekt en gevoed, gaat het nergens anders om dan om geld en goed. En er is waarheid in die bewering. Want heel het land ligt open voor de Gereformeerden, en zij hebben de vrijheid om eene Kerk te stichten zoo Gereformeerd als maar mogelijk is. Doch heel het land weet ook, dat dit juist hun doel en streven nooit was. Zij wilden de Kerk der vaderen reformeeren, de belijdenis deivaderen handhaven. Zij wilden het doen met eerbiediging van de Reglementen, en zij zeiden dat zelfs de Reglementen hun den plicht opleiden om „de leer te handhaven," en te dier oorzake hun, die den Zaligmaker overeenkomstig de H. Schrift niet belijden, den toegang tot de tafel des Heeren moesten ontzeggen. Verbreking van het kerkverband was niet uitgangspunt en doel, maar zou, in het uiterste geval, middel kunnen worden, en dan nog maar tijdelijk kunnen zijn. Met het oog op al deze dingen zijn waarschijnlijk al die veranderingen in het Reglement op het beheer der kerkelijke goederen gemaakt. En het practisch gevolg zou geweest zijn, dat de modernen buiten de Herv. Kerk geraakt waren en, in de verre toekomst, wellicht een nieuwe organisatie, naar den eisch van het gereformeerde kerkrecht, in het leven ware geroepen.

Nu kan men, op Reglementair standpunt, in. i. met grond beweren dat alle deze dingen ongeoorloofd zijn. Maar zij, die dit beweren, dienen zich dan ook zelf stiptelijk aan de Reglementen te houden en het afmakingssysteem niet toe te passen op tnenschen, die ook een overtuiging hebben, niet minder dan de modernen. En dat te minder, omdat er nog niet eens was een begin van uitvoering. Maar alles schijnt er op aangelegd om op het onverwachts een slag te slaan, en den mensch Kuyper kerkrechterlijk te doen sterven, opdat niet geheel het

volk verloren ga.

Menschen die over vijttig jaren zullen leven, zullen een beter en juister oordeel kunnen vellen over de dingen, die dezer dagen te Amsterdam geschied zijn, dan wij het kunnen. Wij oordeelen onder den indruk der opvolgende gebeuitenissen, en nioeten telkens ontwaren, dat we dit ot dat verkeerd hebben ingezien, en veel anders uitkomt dan wij dachten. Daarvoor zijn wij menschen.