Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

maakt is, acht ik van groote beteekenis. Het blijkt nu dat die broeders zoeken te komen tot hetgeen wij reeds vele jaren mogen hebben. Mijn indruk is, dat het Convent de zaken op den goeden weg heeft geleid.

Ook de zaak van de zooveel besproken vereeniging van alle Gereformeerden is, voor zoover ik thans beoordeelen kan, uitnemend ter hand genomen. Geen overhaasting, maar ook geen stilzitten. De zaken, waar het op aan komt, moeten kalm onder de oogen worden gezien. Tegenover de ongerefonneerde bestuurstheorie, die bij de Hervormden heerscht, moet het gereformeerde kerkverband, gelijk de Dordtsche Kerkorde dit eischt en omschrijft, met klaarheid en zonder voorbehoud worden aanvaard. De verhouding der kerk tot de Overheid en den hedendaagschen staat moet, zonder in strijd te komen met eenig beginsel der Dordtsche Kerkorde, geformuleerd worden in verband met de landswet en de burgerlijke rechtszekerheid, die nu reeds door p. m. 400 gereformeerde gemeenten bezeten wordt, mag en kan niet worden prijsgegeven. In ieder geval is er veel stof om te bidden om den Geest der wijsheid en des verstands, veel reden tot onderzoek en nadenken.

22 Juli 1887.

Waarde Vriend !

Deze week hadden de verkiezingen voor den Gemeenteraad plaats. Bij die gelegenheid wordt er gewoonlijk, in stad en dorp, een hartig woordje gesproken, en menig deftig Gemeenteraads-lid moet in die dagen sommige dingen hooren, die minder aangenaam zijn. Zij kunnen zich echter troosten met het denkbeeld, of eigenlijk met het feit, dat publieke beoordeeling en veroordeeling het deel is van alle groote mannen.

En een Gemeenteraads-lid is een groot man. Niet tegenover den Burgemeester en het Dagelijksch Bestuur of, zooals ie Amsterdam, tegenover de Commissie van bijstand ; maar groot is hij tegenover de burgerij. Hij bepaalt bijna alles, waaraan zijne mede burgers zich te houden hebben: hoeveel belasting van hun inkomen zij moeten betalen; hoe zij hunne huizen moeten

Sluiten