Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

niet ook aldus Goetioem 1), het land, waar de vader van Toedclioel (dien de Aramaeërs Tideal 2) of Tkorgal3) noemen) bewindvoerder 4) is, in de dagen van Assur door een Semitische bevolking bezet? En getuigen niet de Lachmoe-tempel van Ephrata 5) en de naam Sinaï van den aan den Maangod van Ur 6) gewijden berg op het schiereiland van Magan 7) van soortgelijke koloniseerende verhuizingen uit Babylonisch gebied?

Wanneer Terach met zijn zoon Ab Ram (gelijk de Aramaeërs den in Babylonië zeer gewonen naam Aboe Ramoe uitspreken), zijn kleinzoon Lot, en zijn dochter met den taalkundig eigenaardig gevormden naam Sarai, hun tenten nabij Harans sterke muren hebben doen opslaan bij hun aanvankelijk voorgenomen tocht naar Kanaan8), vinden zij hier zeer veel, dat voor hen hoogst aantrekkelijk is. Zóó zeer aantrekkelijk zelfs, dat Terach zich weldra niet meer van Haran losrukken kan.

Zelfs doet hij daar zijn anderen zoon Nahor met diens geslacht bij zich komen 9), en vormt aldus een geheele Babylonische kolonie in Paddan-Aram, werwaarts in later tijd de nakomelingen van Abraham heentrekken zullen, om uit deze kolonie der Kinderen van Ur zich hun echtgenooten te nemen; dewijl zij nóch met Hethiten en Amoriten nóch met Rephaïten en Kanaaniten, nóch

1) In Genesis 14 genoemd Gojim en in vers 1 vertaald als „der volken" met liet oog op de verschillende stammen aldaar. Het is liet latere Assyrië.

2) Genesis 14 : 1 en 9.

3) Lezing der Septuaginta.

4) Onderkoning voor den Koning van Akkad, Babel en Sinear (Sumer).

5) Daarom later Bethlehem genoemd.

6) Sin.

' 7) Midian.

8) Genesis 11 : 31; Handelingen 7:2,3.

9) Genesis 24 : 10, 15.

Sluiten