Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geheel een stad van gordijnen vormend ter beschutting van de duizenden, die Abraham toebehooren en van zijn vee (zoover het onder dak gebracht moet worden) en zijn bezittingen.

Abrahams tent vordert snel. Driemaal drie stevige palen van meer dan zes voet hoog (en in het midden nog heel wat hooger) wijzen de ruimte van zijn tent aan. Vandaar daalt golvend het uit zwart geitenhaar geweven waterdicht tentbekleedsel af. Door touwen, aan deze tentgordijnen verbonden en strak getrokken, worden deze zwarte kleedcn gespannen gehouden. En zoo vormen deze aldus aan de vastingeslagen tentpinnen bevestigde lange strooken zwart geitenhaarweefsel den zwervenden herdersvorst een veilig „haren huis", gelijk de Arabieren het wel noemen. Aan den achterkant vormt dezelfde stof beschutting tegen wind, zon, en regen, en (dengrootsten vijand) het stuifzand. En aan den voorkant pleegt een soortgelijke haren wand te wezen, die men dan wel met schuinstaande stokken opneemt, zoodat er zich een dak en zijwanden uit vormen. In de schaduw en koelheid daarvan zit Abraham gaarne. „ In de deur der tent" 1) zitten, noemt men dit.

Rijke lieden als Abraham hebben voor hun vrouwen andere tenten 2). Armeren verdeelen door een geitenharen muur langs de middenpalen hun tenten in een mannenen een vrouwen-vertrek. Abraham heett ook wel dergelijke verdeeling, maar alleen, omdat hij in zijn met rijke weelde, uitgelezen pracht en fijnen kunstzin ingerichte tent meer dan één vertrek hebben wil. Zijn boeken en kleitafelen, zijn studiegereedschap en uitspanningsvoorwerpen, zijn hier met de rijkste meubelen van het weel-

1) Genesis 18 : 1.

2) Genesis 24 : 67.

Sluiten