is toegevoegd aan uw favorieten.

Gods kinderen van Ur

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

woestingen, in de eerstvolgende tijden meer Westelijk gaan?

Deze en andere herinneringen mogen den ouden Jakob wel door het hoofd gegaan zijn in zijn peinzend afscheid nemen uit Bëeersjêbangs legerplaats. Misschien gemengd met nog ouder herinneringen aan voorvaderlijke verhalen uit het oude Babylonië, ten tijde toen Kanaanitische en ZuidArabische invloeden er heerschten.

Zijn lang verloren zoon. Maar hervonden! Ongeloofelijk en nochthands geloofwaardig is de tijding gebleken, dat zijn doodgewaande Joseph als „ Redder des levens" te Tanis Egypte regeert.

Als een droom! Maar heeft hij dan niet de Egyptische karavaan zien komen, die hem naar de Sur, de fortenketen der Egyptische grenslinie voeren moet'? Hebben zij hem niet medegedeeld, dat Zaphnath-Paaneach, zooals voor zijn Semitisch-Kanaanitisch taalgevoel hun uitspraak van zijns zoons nieuwen naam in zijn taal moet geschreven worden, als Abrikkoe, als Ziener de rechterhand is van den Egyptisclien „ Zoon der Zon"? Zijn de wagens en ruiters en geschenken, die de volheid en levendigheid van zijn legerplaats zoo zeer vergrooten, niet de onmiskenbare bewijzen er van?

Zoo zal hij dan gaan Izaks weg; maar zonder Izaks weerhouding. Zoo trekt hij op Abrahams baan, maar zonder Abrahams vreeze. Zoo ziet hij den verren weg, dien zijn zonen zoo vaak met zware harten betraden. En geen ontmoediging wacht hem daar. Wel verootmoediging, omdat hij getwijfeld had aan de leiding en de toekomst zijns Gods. Maar ook bemoediging, nu hij ter gewijder gedachtenisplaatse geofferd heeft aan den God van zijnen vader Izak, en deze God hem machtigt, bemoedigt, en de liefelijke toekomst (zoo de naaste als die der volgende eeuwen) onthult.

Op dan uit de Xêgeb , o Jakob ! Naar de Sur van Egypte,