Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

(losen in den te zijner tijde wel bekenden naam Pliakusa zal liggen opgesloten. En hij zal daarin niet verstaan worden, maar noclithands gelijk hebben; wat is 1'hakusa anders dan Pi Kos? Eerst een eeuw na hem zal een Engelsch geleerde den Nederlander \ an der Hardt de eere geven, recht geoordeeld te hebben; wanneer 1 ransche opgravingen uit het puin van Noord- Egypte s steden de waarheid zullen aan het licht hebben gebracht. In die tijden der Arabische namen zullen sommigen de begrenzing van dat (xosen aldus omschrijven: „ Het strekte zich uit van Zagazig in het Westen tot Tel-el-Kebïr in het Oosten en tot Belbeis in het Zuiden.

Een land uitnemend voor veelioudende stammen. Een Egyptisch geschrift van de dagen der Hebreeën zegt, sprekende van Pi Bailos (Belbeis): „ het land daar rondom is geen bouwland; maar is om het vee aan de vreemdelingen overgelaten. Het is sinds de tijden der voorouders verlaten geweest." Straks zouden langs zijn grenzen Pi Toem en Pi Ramses worden gebouwd. En zou de bouwwoede van den dan lieerschenden Pharao het land te Pi Beset en elders met gebouwen en standbeelden vervullen. Maar ten tijde van Pharao Apepa was het land Kosem nog uiterst landelijk; en bij uitnemendheid geschikt voor de veeteelt eener niet zeer woonvaste nomadenbevolking, die er zich rijkelijk onderhouden en vrijelijk vermenigvuldigen kon.

Ten Noorden grenzend aan de Middellandsche Zee; ten Oosten de Noordelijke helft vormend van Egypte's Oostergrens; ten Westen afgesloten door den Tanitischen Nijlarm; en de schuin toeloopende lijn, die het Zuidoosten met het Zuidwesten verbindt, is de andere grens. Het beantwoordt dus vrijwel aan het gebied der Oostelijke Nijlmonden; en is blijkbaar voor handel en veeteelt beide ongemeen gunstig gelegen. Het bevat daarbij enkele

Sluiten