Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wing, en wordt de mogelijkheid geboren dat een toekomsig leider, met al de voorbereiding van een Egyptisch Vorstenzoon , n al de wijsheid (zoowel Oostersclie als inheemsclie) der Egyptenaren ten dienste zal hebben voor zijn volk en diens God. Het is een rijk land, dit liefelijke land Kosem. Vol van vruchten ter aardsche verrijking voor mensch en dier. Maar bovendien een geheel eenige plaats van voorbereiding voor het volk, dat straks de door God gewilde geheel eenige plaats onder de volkeren innemen moet.

Intusschen vestigen sommigen zich in hutten en huizen; gaan anderen zich in de steden nederzetten, en met Egypte's bestuurders en geleerden verkeeren; terwijl anderen door Kosem heen en weder zwerven tot aan zoo niet zelfs tot over — Gosen's en Egypte s Oostergrens in tenten en tentdorpen, naar de wijze van hun Kanaanitische Sjasoe-periode. Een vermenging van fellaliim, bedawin en stedelingen, die men vele eeuwen later in datzelfde Egypteland zal terugvinden, wanneer het de taal zal spreken van den Arabier; gelijk in het dien Arabier heilige Mekka de tentlegers der zwervende stammen zullen zijn opgeslagen bijna aan de poorten der stad; en gelijk in liet land der Hebreeën eeuwen na Apepa en zijn Abrikkoe het geval zal zijn met den stam der Rechabiten.

Deze .Tosepli en Jakob — zijn door den Pharao zoo hoog geëerde vader — en wie in later eeuw in hun voetstappen wandelen zullen, zullen den Egyptenaren een levende prediking zijn van den waren God, den Eenigen God; in anderen zin dan het Pantheïsme van de ingewijden onder de Priesterkaste philosopheert; opdat de Egyptenaren zullen leeren vragen naar de belofte van Abraham en Israëls heil, öf — indien zij door afwijzing des heils tegen Dien Eenige zich verharden — opdat zij dan niet te ontscliuldigen zullen zijn.

Sluiten