Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kan zij dan leven blijven; niet geminacht, maar beklaagd. En gewroken, want zie daar voert men den veroordeelde lienen om buiten de poort hem met steenen te steenigen, totdat hij sterft.

Een vonnis, welks hardheid, in verband met de bepaling der Wet. dat valsche aanklagers de straf ontvangen, die zij over anderen zouden gebracht hebben •), het gevaar van valsche aanklacht in deze van de zijde eener vrouw vrij wel denkbeeldig doet worden.

Na een wijle toevens wordt het weder levendig in de poort. Be menigte, die de steeniging deels bijgewoond, deels (de getuigen vooropgaande) uitgevoerd heeft, is aan het terugkeeren; sommigen opgewonden, anderen ontroerd en stil; allen min of meer onder den indruk van den ernst van het doodvonnis. Intusschen heeft van dezen tijd van stremming een der Oudsten gebruik gemaakt om aan de Leviten raad te vragen aangaande een moeilijkheid in een zijner vaderlijke huizen. Joël, zijn oudste zoon, is hem namelijk raad komen vragen over de volgende zaak: Nangema, zijn vrouw, verkeerde al sints langen tijd in groote spanning over de krankheid van haar oudste zuster. Naarmate deze ziekte klom, nam ook de opwinding der belangstellende zuster toe. Eindelijk deed zij — buiten Joëls weten2), aan niets denkend dan aan het gevaar harer zuster — aan Jehova een plechtige gelofte. Joël was hiermede op goede gronden volstrekt niet ingenomen en beweerde zichzelven (en dus ook Nangema) hieraan volstrekt niet gebonden te achten; maar het voor de handeling eener onbevoegde te houden. Nangema's oudste broeder echter, met wien hij over de zaak gesproken had, was van het tegenovergestelde gevoelen. Wat is nu in deze Jehova's wil?

1) Deuteronomium 19 : 16—21.

2) Numeri 30.

Sluiten