Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wachten. En de Wet sprak op dit punt duidelijk genoeg. In het boek „En Hij riep" wordt uitdrukkelijk ^gezegd: „ Gij zult uw naaste niet bedriegelijk verdrukken, noch berooven; des daglooners arbeidsloon zal bij u niet vernachten tot aan den morgen." En het boek „ Dit zijn de woorden" voegt er aan toe 2): „Op zijn dag zult gij zijn loon geven, en de zon zal daarover niet ondergaan; want hij is arm, en zijn ziel verlangt daarnaar; dat hij tegen u niet roepe tot Jehova, en zonde in u zij."

Maar Jerachmeël heeft buiten de scherpzinnigheid der rechters gerekend. Een der oudsten had aanstonds zijn valschheid doorgrond. Ook de verandering in Chonanjah's voorkomen was den rechters niet ontgaan. Een kruisvuur van vragen brengt weldra den valschen aanklager in verwarring; straks leidt de verwarring tot een zichzelf' weerspreken; en eindelijk blijkt schuldbekennen de eenige weg voor dezen daglooner. Jerachmeël oogst van zijn aanklacht geen andere vrucht dan deze, dat hij uit Chonanjali's dienst ontslagen staat zonder een anderen werkgever te weten, dat hij de onhoudbare positie van zijn tegenstander door zijn dwaasheid in een dragelijke heeft veranderd, en dat hij op zichzelf het vonnis heeft doen komen, dat hij over Chonanjali had willen brengen.

De Wet van Jehova is recht. Zij beschermt de armen en zwakken tegen onderdrukking van machtigen en rijken. Maar zij geldt ook in omgekeerde richting en beschermt evengoed den man van bezit of van aanzien tegen de afgunst en het onrecht van minder bevoorrechten. Ook ten deze mag het lied van den grooten Koning David 3) gelden: „Jehova is rechtvaardig in al Zijn wegen."

1) Leviticus 19 : 13.

2) Deuteronomium 24 : 15.

3) Psalm 145 : 17.

Sluiten