Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tegen een menscli zondigt, zoo zullen de goden hem oordeelen; maar wanneer een mensch tegen Jehova zondigt, wie zal voor hem bidden?" En ten overvloede kan de beteekenis van dit woord „ goden" voor Rechters als plaatsbekleeders en dienaren der gerechtigheid van den Eenigen God blijken uit de volgende overoude Wetsbepalingen *) in zake diefstal en in zake majesteitsschennis: „ Indien de dief' niet gevonden wordt, zoo zal de heer des huizes tot de goden gebracht worden, of hij niet zijn hand aan zijns naasten have gelegd heeft. Over alle zaak van onrecht, over een os, over een ezel, over klein vee, over kleeding, over al het verlorene, hetwelk iemand zegt dat het zijne is, beider zaak zal voor de goden komen; wien de goden verwijzen, die zal liet aan zijn naaste dubbel wedergeven. . .. De goden zult gij niet vloeken, en de oversten in uw volk zult gij niet lasteren."

Zoo is dan Achban met Sjamir naar de Oudsten gegaan, opdat uit hun onderzoek en uit Sjamirs verklaring blijke, dat hier niemand arglistiglijk in zijn rechten verkort wordt; maar dat Sjamir weet, wat hij doet, en doet, wat hij wezenlijk wil.

.Desgelijks is hij, nadat Sjamirs zaak is afgehandeld, met Elingêzer voor de Rechters verschenen. Na van hen verlof verkregen te hebben om tot de handeling over te gaan, keert Achban — van de noodige getuigen vergezeld — met Elingêzer terug. Daar herhaalt Elingêzer zijn verklaring: „ Ik zal niet van u uitgaan; omdat ik u en uw huis liefheb, en het mij wel bij u is." En hij voegt er aan toe, dat hij immers nimmer het land der Hethiten vergeten kan, en dat hij Achban liefheeft, omdat deze hem eerst heeft liefgehad.

1) Exodus 22 : 8, 9, 28.

Sluiten