Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

haar volk en in Juda's geestelijk bestaan. Gronddenkbeeld is de roeping, reeds in den hof in de Idinoe 1) nabij de uitmonding van den Phrath gegeven, dat de vrouw een hulpe 2) moet wezen voor den man. Daarom worden beide zonen 3) en dochters door moederlijken invloed onderwezen; al wordt door voorname lieden de opvoeding der zonen straks aan mannelijke leermeesters 4) toevertrouwd. Vooral in de bizonderheden van den Godsdienst worden de zonen onderwezen, zoowel aangaande de Wet als aangaande de geschiedenis5). Godzaligheid en gehoorzaamheid worden, als voornaamste vereischten beschouwd, en met ernstige handhaving der 'tucht, de roede niet") gespaard. Lezen en schrijven leert ieder; de eerste, dien Gij op straat ontmoet7), kan daarvan de bewijzen leveren, zelfs al is het nog maar een jongen. Dat de kinderen van een handeldrijvend volk ook rekenen en aardrijkskunde leeren, ligt in den aard der zaak. En, natuurlijk ontvangt een zeer Godsdienstig volk, dat bij zijn Godsdienst liederen gebruikt en muziekinstrumenten, ook muziekonderwijs. En dat althands door sommigen 8) ook vreemde talen geleerd zijn, hebben de belegerden tijdens Hizkia getoond. De Kinderen van Ur hebben het oude schoolwezen met zijn geheugenoefening, en zijn praktische oefeningen niet vergeten. Tot in de laatste tijden vindt men leermeesters op hoogere zetels omringd van leerlingen met gekruiste beenen aan hun voeten

1) Vlakte. Hebreeuwsch „Eden".

2) Genesis 2 : 18—24.

3) Spreuken 31 : 1.

4) Numeri 11 : 12; 1 Kronieken 27 : 32.

5) Deuteronomium 4 : 10; 6 : 7, 20; 11 : ltf; Spreuken 1.

6) Spreuken 10 : 17; 23 : 13, 14.

7) Riehteren 8 : 13, 14.

8) 2 Koningen 18 : 26.

Sluiten