Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de Wet bepaalde !) getal met genoegen zouden verdubbelen, indien de Wet dit niet zoo uitdrukkelijk verbood. Daar geeft de tellende Rechter het teeken om op te houden. Hebt Gij op de telling geletJuist veertig, niet waar? Meer2) mag niet gegeven worden; „opdat niet — zegt de Wet — misschien, zoo hij voortvoere, hem daarboven met meer slagen te doen slaan, uw broeder voor uw oogen verachtelijk gehouden worde."

Hier geldt het een lastering op zedelijk gebied. Waar het misdrijven op zedelijk gebied geldt, is de doodstraf gesteld op allerlei tegennatuurlijke zonde over onzedelijkheden en over mannen, die eens anders — of vrouwen, die haar eigen — echt breken. In één enkel geval, waar niet onreinheid maar onnadenkendheid de oorzaak is van het vergrijp, kan met afhouwen der hand worden volstaan. (lelijk Gij weet, staan verloofden en gehuwden voor de lijfstraffelijke rechtspleging op één lijn. En zijn er vele zeer na verwante betrekkingen, waarbij God aan Zich het vonnis houdt in geval van huwelijk — van Godswege moet door menschen een doodvonnis worden voltrokken bij een huwelijk met des vaders vrouw, met de schoondochter, met moeder en dochter, of met de eigen zuster, en met de halfzuster.

Een andere reeks met den dood te straffen misdaden zijn die welke meer bepaald op godsdienstig gebied worden begaan. Ik noemde U reeds afgodenoffers en verleiding tot tooverij 3). Maar de juist aangevangen zaak verloopt zóó snel, dat zij U den strengen ernst der wet ten deze 4) nog wel heter zal toonen: Toen Koning Josjïjahoe

1) Deuteronomium '25 : 1—3.

2) 2 Korinthe 11 : 24. Men maakte uit vrees voor verkeerd tellen toen de veertig tot veertig min een.

3) Exodus 22 : 17—19.

4) Deuteronomium 13 : 7—18.

Sluiten