Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dieren als het onze nog wel eens voorkomt, en met een reinigingswassching in orde te brengen is; of het eten van vruchten ') vóór het vijfde jaar. Al dergelijke kleinigheden treft Gij hier soms aan.

VII.

Daar zijn Binnoei en Jochanan om ons af te halen. Zij hebben de zaak van den beweerden valscben Propheet hooren behandelen, waarop wij — geheel verdiept in Zacharja's belangrijke mededeelingen — niet hebben gelet. Het moet een aanklacht geweest zijn zonder afdoend getuigenbewijs, naar zij zeggen. Dus is volgens den eiseh der Wet de beschuldigde vrijgesproken. Zie, daar gaat hij heen , van geheel een drom gelukwenschende vrienden omstuwd. En de Rechters zien hem na, alsof zij liever afdoende bewijzen hadden gehad. Er zijn zoovele valsche Propheten in Jerusalem geweest, dat zij onmogelijk allen plotseling kunnen verdwenen zijn; en de gronden van verdenking tegen dezen beschuldigde waren wezenlijk sterk.

Het is toch jammer, dat Binnoei en Jochanan nu al gaan. Gaarne vernamen wij wat meer uit Zacharja's wetenschap en ervaring. Gindsche ruwe llechabiet moge er onverschillig voorbijloopen, — zulk een verwaarloosd mensch minacht alle beschaafde vormen. Zie hem daar eens heengaan den weg naar den tempel op!

„Maar waar ziet Gij dan toch dien llechabiet'?" vraagt Binnoei. „ Ik zie er nergens een."

„Het zal een vergissing wezen," zegt Jochanan. „Die Jerusalemmer ginds wordt zeker bedoeld, die naar de Bakkerstraat gaat".

1) Levitieus 19 : *23.

Sluiten