Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Majubas rotse, Ingogos veld,

En waar die graf van menig held Paar in die Drakensberge is,

Getuig! getuig! jul weet gewis;

Jul het ons dade angezien:

Het ons nie trou ons land gedieu?

Ons het gestrij —

Reg an ons sij —

Die strijd's verbij,

Ons land is vrij.

Bronkhorstspruit en Spitskop, Schuinshoogte en Langnek, Stormberg en Modderrivier, Magerfontein en Colenzo — schitterend hebben de vrije Hollandsche Boeren van Zuid-Afrika Slachtersnek gewroken. Wat er ook gebeure — het teeken van den hemel op dien noodlottigen avond van 9 Maart 1810 zullen Transvalers en Oranje-Vrijstaters nooit vergeten. Bij hun houwitsers en in hun loopgraven, tegen tiendubbele overmacht en blinkende bajonetten, onder den regen van dumdumsen lydietbommen, zal de galg van Slachtersnek voor hun geest zweven. Vroeg of laat zal, wat daar geschied is, één machtig Zuid-Afrika scheppen.

Een waardig collega van Di\ van der Kemp arriveerde in het jaar 1819 te Kaapstad. Het was de zendeling Dr. Philip. Ook hij nam een werkzaam aandeel in het belasteren van de Hollandsche Boeren. Er werd uitgestrooid, dat de Hottentotten, bij de Boeren in dienst, geheel naakt liepen, dat ze gevoed werden met het slechtste vleescli. wat er maar te vinden was, ja, dat er zelfs zebra's voor hen gevild werden. Volgens den vromen Dr. Philip was er slechts één middel: de arme, brave Hottentotten moesten geëmancipeerd worden. Ijverig werd dit denkbeeld door de talrijke Britsche zendelingen van de daken gepredikt. «Emancipatie van de slaven!" — hoe zoet en liefelijk klonk die leuze den edelen Brit in de ooren. In Zuid-Afrika en Engeland beide steeg de geestdrift ten top. Weldra was er niemand in Albion, die niet met warmte voor het grootsche idee pleitte. Zoo werd het gewichtig besluit voorbereid, zoo werd de geest van barmhartigheid en medelijden vaardig over de Engelsche natie. Dat de Boeren intusschen meer en meer op den achtergrond gedrongen werden, zulks bleek met den dag; het werd vooral duidelijk, toen in het jaar 4822 een aanslag op hun taal gepleegd werd, hun taal, waaraan ze zoo innig gehecht waren en die hen anderhalve eeuw gered had uit de klauwen des Britschen tijgers.

Sluiten