is toegevoegd aan uw favorieten.

Het land van Kruger en Steijn

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

komende dingen af. Hij heeft gezorgd, gereed te zijn, en hij heeft alle reden om de toekomst niet al te donker in te zien. Immers:

Victoria zond chocolade,

Ooin Paul is in zijn nopjes,

En zegt: .Hul klink en drink nog nie,

Want ons heeft alle kopjes.

Met vrees in het hart zagen de Zuidafrikaansche Boeren de komende dingen te gemoet; de zendelingen gingen voort met lasteren, driester en driester werden ze in hun optreden.

Daar brak plotseling de storm los! In het jaar 1834brak een nieuwe vreeselijke Kafferoorlog uit. De Boeren hadden verschrikkelijk te lijden; hun huizen werden verbrand, hun kudden geroofd, de scherpe assegaai bedreigde hun leven.

Dertig jaar lang hadden zij nu reeds voortdurend in onrust geleefd, de ongelukkige Boeren van Zuid-Afrika. Maanden achtereen hadden ze op hun eenzame hoeven politiedienst moeten doen voor het Engelsche gouvernement; in weinige jaren waren meer dan vijfhonderd woningen verbrand, driehonderd boerenplaatsen vernield, zestig wagens weggevoerd en over de driehonderd duizend stuks vee gestolen, ter waarde van drie en een half millioen gulden. Eindelijk hoopten ze dan toch rust te zullen genieten na al die jaren vol rampen en ellende. Ze mochten die hoop koesteren: immers had het Engelsche Gouvernement hun niet na alloop van den geweldigen Kalleroorlog bescherming en steun toegezegd? Helaas, ook thans kwamen de Boeren bedrogen uit. De oorlog ja, die was ten einde, maar de beloofde steun van Engeland bleef uit. Integendeel daar verscheen plotseling een proclamatie van den volgenden inhoud; als een donderslag uit een wolkeloozen hemel bracht zij schrik en ontsteltenis te weeg in de gemoederen der Boeren. »0, Boeren, — zoo luidde deze proclamatie g[j zijt de schuldigen, niet de arme Kaffers. Als gij niet vermoord wilt worden, dan moet gij maar dichter bij de Kaap gaan wonen. Hebt gij er bezwaar tegen, dat de Kalïers uw vee wegvoeren, trekt dan met vee en al, tot gij buiten hun bereik zijt. De Kaffers moeten vriendelijk en met beleefdheid behandeld worden; men moet toonen, dat men vertrouwen in hen heeft, en zij moeten hersteld worden in het bezit der gronden, waaruit ze verdreven zijn. En wat compensatie betreft, geen penning zult ge krijgen. Uw eigen ossen zullen voor uw oogen