Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Al dadelijk werden de handen aan den ploeg geslagen. Vertrouwbare vrienden, flinke schutters werden overal heengezonden ten einde den

omtrek te verkennen; bezittingen werden te gelde gemaakt, de uittocht werd georganiseerd. Niet in massa zou men optrekken, maar in troepjes van enkele honderden. In het jaar 183(> kwamen tal van boerenplaatsen onder den hamer; op de markt van Graatf-Reinet en Grahamstad werden kapitale boerderijen tegen bespottelijk lage prijzen verkocht: voor een troepje schapen of runderen, voor een zak koffie, een geweer, enz. Geheele provincies werden weggegeven voor een wagen; want daar kwam het vooral op aan. Het was een drukte en

beweging van belang. Mannen, vrouwen en dochters, allen waren in de weer. Tenten werden gemaakt, zakken vol harde beschuit gebakken, zeep gekookt, rijst, koffie, suiker en meel bij groote hoeveelheden opgeladen. De noodige potten en pannen, ketels, schoppen, bijlen, timmer- en smidsgereedschappen vergat men niet, evenmin als de onmisbare ploegscharen en tal van andere landbouwwerktuigen. Ook de typische huisapotheek van »Oom Tijs" werd nog eens terdege nagezien, terwijl stukken zeildoek, katoen, molvel, chits en wollen dekens werden medegenomen voor den kwajen dag.

Is Oom Tijs siek, dan zeg hij — '/Vrouw,

//Haal uit die 'huis-apteekie' nou //'Levens liksens' en 'dulcies' gou:

Die dokters kan ik nie vertrou.

Maar wat vooral terdege wordt nagezien, dat zijn de geweren. Van den zwaren trekker van »Ou-baas" tot de lichte buks van «klein jong", krijgen de vuurroeren een flinke beurt, en bovendien zorgt men, dat er later geen gebrek aan kruit en lood zal zijn. Want — men heeft er een voorgevoel van — schieten zal er heel wat gebeuren, eer men het

Boer in trekkostuun^