Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

veeleer was het een gevolg van de verklaring van den gouverneur van de Kaapkolonie, die aan de Britsche regeering had te kennen gegeven, den Vrijstaat niet voor Engeland in bezit te kunnen houden en de Britsche onderdanen aldaar te beschermen, zonder een vaste bezetting van minstens tweeduizend man en een jaarlijksch crediet van twee¬

honderdduizend pona sterling. !) Ten oosten van den Vrijstaat nl., in de woeste maar natuurschoone kloven en valleien van het Drakengebergte, had een jong en dichterlijk maar wreed en heerschzuchtig Ka lierhoofdman, Moshesh geheeten, uit een samenraapsel van gevluchte Beetsjoeanen en Boschjesmannen een rijkje weten te stichten, dat in weinige jaren zich ontwikkelde tot een zekere mate van welvaarten macht, en dat door de naburen gevreesd was wegens zijn brutale rooftochten. De Basoeto's, zoo heetten de onderdanen van Moshesh, hadden een leger van tienduizend man op de been, voor 'tmeerendeel uitmuntend bereden manschappen,

Een Beetsjoeaan. (^e met hun vlugge paarden

niet alleen op het open veld wisten te manoeuvreeren, maar zich ook met groote gemakkelijkheid bewogen door de ravijnen en over de steile paden van liet bergland. De Basoeto's waren dan ook geduchte vijanden voor Engeland. Een Engelsch schrijver zegt o. a.: »Wij ondervonden in 1852, dat de oorlogen met de naturellen en Hollanders kostbaar en nutteloos waren, dat het uitzenden van troepen en het dooden van duizenden naturellen een vreemde manier was van beschermen. Wij

1) Dr. J A. Koovila Smit. liet goed recht der Transvaalsche Boeren.

Sluiten