Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

te wantrouwen. Den slimmen president kwam flat liefdoen en aardig zijn wel wat verdacht voor en hij hield hem dan ook op een behoorlijken afstand. Want Cecil Rhodes stelde voortdurend een levendig belang in de goudvelden van Johannesburg, meer dan men van een Boerenvriend verwachten kon. Hij richtte er zelfs met zijn vriend Rudd de «Gold Fields van South-Africa" op. welke eerlang tot grooten bloei geraakte. En tegelijkertijd sloeg hij zijn blikken noordwaarts. Toen moest het masker worden afgeworpen, waar hij zich zoo langen tijd achter had weten te verbergen. Maar toen bleek ook zonneklaar, dat alle nationaliteitsverloochening van hem gehuicheld was, en hij tot dien tijd geposeerd had als een wolf in schaapsvacht. Thans zouden de Engelschen hem eerst recht leeren waardeeren, hem, den grooten Brit, den talentvollen industriëel, den man, die durft, die gemaakt is van echt Engelsch staal!... Van lieverlede was het plan bij Cecil Rhodes gerijpt, om Engelands macht in noordelijke richting uit te breiden en vervolgens één groot Britsch Zuid-Afrika te stichten. Er behoort zeker energie toe, om, gelijk Rhodes heeft weten te doen, de uitgestrekte landstreek tusschen de Zambesi-rivier ten noorden, de Zuid-Afrikaansche Republiek ten zuiden, Portugals-kolonie ten oosten en Britsch-Bechuana-land ten westen, tot een Britsche bezitting te maken. Doch eerzucht, geweld en brutaliteit hebben er niet weinig toe medegewerkt. De verschillende stammen in die landstreek waren er vrij wel uitgemoord, eerst door den bloeddorstigen Moselekatse, die door de Boeren over den Limpopo gejaagd was, later door diens zoon Lobengula. Sedert was het land geheel overgelaten aan het despotisme van den Matabele-vorst, die te Buluwayo zijn zetel hield en jaarlijks zijn slachting onder de overgebleven inboorlingen herhaalde.

Eén Britsch Zuid-Afrika van Kaapstad tot Buluwayo dat was

Rhodes' ideaal. Zou dat bereikt worden, dan was in de eerste plaats noodig, dat Bechuanaland — het Suez-kanaal, gelijk hij het noemde, op zijn weg naar het binnenland — onder Britsche vlag gebracht werd !). Hier bevonden zich twee Boerenrepubliekjes: »Gosen" en »Stellaland". De eerste was van den beginne een vrij goed geconstitueerde staat geweest met eigen volksraad, eigen ambtenaren en zelfs eigen postzegels. De laatste daarentegen was van minder belang, daar heerschte hoegenaamd geen geregeld bestuur. Het kostte heer Rhodes betrekkelijk weinig moeite, zich van beide staatjes meester te

1) H. A. van Goch. Weerstaat den Rhodesgeest!

Sluiten