Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het, is dit heelemaal verander, so dat een rou (!) Hollander wat hier kom ons nie kan verstaan nie, omdat ons so veul ander woorde in ons taal opgeneum het. Van Engels en Frans, wat een mens dit sou verwag, krijg jij amper geen woorde in ons Taal nie, maar wel enkele uitdrukkings. Daar is in ons Taal suiver Afrikaanse woorde so's karkatjie, pondok, slcaapsteker, amper, biltong, koggelstok, hot-op-ses (brij), haarnaasvoor ens. Ons woord mos beteekent immers, naant goe'n avond. Uit Duitsch — heet het — het ons meer woorde as een mens sou dink, so's stewel, gewerskaf (kolf), dan en wan, wergange jaar" (ook in Twente bekend).

Eigenaardig zeker drukt de schrijver dezer inleiding zich uit, waar hij o. a. het karakter zijner taal verdedigt. »Ons Taal — zegt hij komt meer as eenige andere Taal o'ereen met ons tijd: kort! kort! Ons het al die slepende uitgangen van die werkwoorde lat val. Ver eten, drinken, loopen, zeg ons so mar kortaf, eet, drink, loop. Ons taal en ons geaardheid komt net o'ereen: in ons woorde nie meer letters as nodig is nie, en in ons werk geen omslag nie en min onkoste. Veral baing (veel) medeklinkers goi' ons uit, en dit maak ons Taal sag en vloei'end, so's ei'e, ou'e. En — let wel lezer — hoe meer klinkers een taal, hoe beter die klinkt. De hoofdtrekken van de Taal dei-

Boeren zijn alzoo:

1. Overeenbrengen van spreek- en schrijftaal.

2. Afkorten van alles, wat maar eenigszins kan.

3. Weglaten van elke overbodige letter en klank.

4. Vermijden van alles, wat naar verbuiging of vervoeging zweemt. Aan het eind leert ons de inleiding, dat de Boeren hun taal Laag-

Hollandsch heeten, in tegenstelling met het Nederlandsch, dat zij lloog-

Hollandsch noemen.

Na de inleiding is de spraakkunst op dezelfde wijze ingericht als die, welke wij in onze kinderjaren gebruikten: Klinkers, Medeklinkers, Geslachten, Naamvallen. Woorden enz. Een sillabe of lettergreep — lezen wij — is »so veul woorde as een mensch in een slag uitspreek. As ek seg Adam, dan is A die eerste en dam die tweede sillabe." Verder staat er: »Ons skrijf nes (net als) ons praat; ons skrijfniesch nie mar sk. En van de geslachten sprekend: «Partij (eenige) woorde het twe geslagte; so's kind is mannelijk as een mens een seuntjie meen, en vrou'elijk as jij een dogtertjie bedoel. En ten slotte: »Op laas moet ons bij die naamwoorde nog opmerk dat een mens daarvan kan verkleinwoordjies maak, as jij een klein dingetje bedoel!"