is toegevoegd aan uw favorieten.

Het land van Kruger en Steijn

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK XII.

liet Volk van Kruger en Steyn. De Zuidafrikaansche Boer en de Zuldafrikaansctae Boerenvrouw.

Keut gij dat volk vol heldenmoed,

En tocb zoo lang geknecht?

Het heeft geotterd goed en bloed

Voor vrijheid en voor recht!

Komt, burgers, laat de vlaggen wapp ren!

Ons lijden is voorbij!

Eoemt in de zege onzer dapp'ren,

Dat vrije volk zijn wij !

Wanneer wij een karakterschets van den Zuidafrikaanschen Boer en diens vrouw willen geven en het kloeke Volk van Kruger en Steyn in het volle licht der waarheid beschouwen, dan moeten we teruggaan tot Neêrlands Gouden Eeuw, tot de jaren 1652 en 1088.... Allereerst het jaar 1652, toen de scheepsdokter Jan van Riebeek de mannen aan wal zette, wier bloed in de aderen van de tegenwoordige Boeren bruist; daarna het jaar 1088, toen eerlijke, trouwe Hugenoten zich met hun Geloofsbroeders alhier kwamen vereenigen om saam door het leven te gaan, saam - mocht het noodig blijken — de lijdenskelk te ledigen. We zullen bij deze gewichtige jaren, die over de toekomst van ZuidAfrika beslist hebben, een oogenblik stilstaan en met het karakter dier eerste kolonisten, mannen en vrouwen, Geuzen en Hugenoten, nader kennis maken. Mannen en vrouwen, zeg ik; want, treedt de man natuurlijk het meest op den voorgrond, — de invloed, dien de eerste Zuidafrikaansche Moeders op het tegenwoordige volk van het Land van Kruger en Steyn hebben uitgeoefend, kan niet licht te hoog geschat worden.

Het jaar 1052 De mannen, die Jan van Riebeek aan de Kaap

aan wal zette, waren van verschillende nationaliteit, meest Friezen en