Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nl. de Nederduitsch Hervormde kerk, de Nederduitsch Gereformeerde kerk en de Gereformeerde of Dopperkerk, tot welke laatste Paul

Kruger o. a. behoort.

In woning, kleeding en levenswijze zijn de Boeren voor het grootste gedeelte nog even eenvoudig als hun voorvaderen, ofschoon het voortdurend verkeer met Europeanen en de aanvoer van allerlei weeldeartikelen door buitenlandsche importeurs in den laatsten tijd niet zonder invloed blijft, zoodat het jonge geslacht zich dan ook meer en meer naar de mode gaat kleeden. Algemeen draagt men eigen gemaakte of gekochte kleereu van mol vel, bukskin en laken of merinos; gouden of zilveren sieraden, daar doet men weinig aan, schoon de jonge dochters er wel van houden, met een vergulde broche of speld te prijken. De meeste Boerenwoningen — terloops zij gezegd, dat de Boer zijn woning liefst op een hoogte bouwt of tegen de helling van een heuvel — bestaan uit één ruim vertrek, het voorhuis, en één of meer slaapkamers, door dunne muren of ook wel slechts door een groot gordijn van het voorvertrek gescheiden. Van binnen en buiten worden de huizen met klei bepleisterd en de muren gewit. Planken vloeren houdt men er in den regel niet op na. Eensdeels komen deze te duur op, anderdeels blijken ze niet bestand tegen de vraatzuchtige thermieten, die, — zooals we vaak gelezen hebben in de beschrijvingen van Afrikaansche ontdekkingsreizigers, alles, tot zelfs lederen kolfers verslinden. Liever wordt dan ook de vloer gemaakt van de aarde van thermietenheuvels, welk cement — Hink met koemest dooreengemengd — zoo hard wordt als leem. De primitieve Oud-Hollandsche boven- en onderdeur is hier nog regel, terwijl groote vierkante openingen in den muur, daags door een katoenen gordijn en 's nachts door een luik gesloten, tot vensters dienen. Het meubilair houdt, wat eenvoud betreft, gelijken tred met de woning zelf: een vrij groote eettafel, een kleiner hoektafeltje voor Moeder de vrouw, een rustbank met een mat of zitting, van smalle strooken ledei gevlochten; een dito leunstoel voor ou-baas of ou-tante; eenige wagenkisten, waarin de kleêren en andere kostbaarheden geborgen worden; een Seraphine-orgel, een buffetje of kast; een rek voor de geweren, een ander rekje voor psalm- en gezangboeken en stichtelijke lectuur; een fijn »springbokmatje" en dan — de typische koffiekan, die aldoor pruttelend op Moeders tafeltje staat en maar zelden koud is; — ziedaar de voornaamste huismeubels, in de woning van den echten Zuidafrikaanschen Boer i). Ge begrijpt, wat dat «zelden koud is" beteekent.

1) Lion Cachet. De worstelstrijd der Transvalers.

Sluiten