Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

teelt. In het jaar 1864 gelukte het een Boer in de Karro eindelijk struisvogelkiekens te vangen en tam te maken, thans ziet men" de groote vogels bij honderden vrij op de uitgestrekte boerenplaatsen rondkuieren. Een enkel ijzerdraad is voldoende om het terrein, waar ze rondloopen, af te zetten, en het uittrekken der veeren, 't welk op geregelde tijden geschiedt, heeft zoo eenvoudig mogelijk plaats: men jaagt de vogels slechts in een aangewezen hok en ontdoet hen van den kostbaren overvloed, om ze dan weer los te laten. De jonge I" vogels vorderen groote zorg en | oppassing; maar later schijnen « ze tegen alles bestand. De vole wassen dieren zijn zeer kostbaar J en ook de broedeieren worden è duur betaald. Een paar goede struisvogels kost wel '2400 gulden en komt dus den prijs van een raspaard nabij, terwijl men voor een paar broedeieren gretig honderd gulden geeft. Bevreesd voor de concurrentie, heeft de Kaapsche regeering een uitvoerpremie geheven van 1200 gulden per vogel en 60gulden per ei, wat inmiddels niet wegneemt dat Argentinië tegenwoordig de markt of liever de struisveerenbeurs te Port-Elizabeth sterk bedreigt. Thans bedraagt het aantal struisen in de Kaapkolonie echter nog c. a. 150

Sluiten