is toegevoegd aan uw favorieten.

Handboek der ziekenverpleging

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

organen geleden hebben, komt in gemakkelijke verteerbaarheid eerst eiwit met water. Men doet het wit van een of meer eieren 3 in een glas en knipt het met eene puntige schaar herhaaldelijk en naar alle richtingen; wanneer men aldus al de onzichtbare tusschenschotjes er in vernietigd heeft, zal men zien dat het oorspronkelijke klompje als eene vloeistof wordt; in dezen toestand is het goed met water te vermengen. Later mag ook de dooier van het ei gegeven worden; voorts weet ieder dat eene zwakke maag allicht melk, wijn met water, bouillon en duitsche slijmsoepen verdraagt. Heeft een patiënt lang achtereen en veel eieren gebruikt, dan gaan ze hem tegenstaan; toch kan het van het hoogste gewicht zijn dat hij er niet mee ophoude. Men bereikt dit door afwisseling in de toebereiding te brengen: geklutst met melk, koffie, thee, chocolade, bier of wijn, hard of zacht gekookt, als omelet of spiegelei, in karnemelk met meel enz. en ten slotte als zoogenoemde „lait de poule". Er behoort eenige handigheid toe om deze te bereiden: men neemt dooier en eiwit a part en knipt beide op de boven aangegeven wijze; daarna vermengt men ze ieder in afzonderlijke glazen, onder snel omroeren en langzaam inschenken, met heet (niet kokend) water. Het eiwit stolt dan in zulke kleine vlokjes dat de geheele vloeistof gelijkmatig wit troebel wordt en den indruk van melk maakt. Nu wordt de inhoud van beide glazen dooreengemengd, en de eigenaardige smaak van het ei is dan geheel verdwenen. *)

Vleeschspijzen behooren over het algemeen tot de gemakkelijk 4 verteerbare; bovenaan staat zwezerik, duiveborst, niet te vette, goed gebraden eendvogel en kip, rauw vleesch (vetvrij en van bindweefsel zooveel mogelijk ontdaan), vooral geschaafd vleesch en rookvleesch, kalfstong, forellen. Aangenaam en nuttig is het om het vleesch fijngehakt met in water gekookte rijst te vermengen, al of niet met de jus naar den smaak van den patiënt. Bouillon, die bij de leeken zoo geliefd is, heeft voor de voeding zoo goed als geen waarde. Bij patiënten met zieke magen kan het zijn voordeel hebben om den eetlust wat op te wekken; echter iemand, die men eens zou willen opsterken met een zoogenaamd krachtigen bouillon, zou eenvoudig doodhongeren.

Yan de plantaardige voedsels mag iemand met eene zwakke 5 maag volstrekt geen bladgroenten gebruiken. Salade, andijvie, de verschillende koolsoorten, lof, molsla, enz. zijn geheel verboden; evenzoo snyboonen. Peulvruchten gaan wat beter; ontdaan van de onverteerbare schil bestaan doperwtjes, capucijners, roomsche boontjes, bruine en witte boonen, enz. hoofdzakelijk uit zetmeel met voor planten betrekkelijk veel eiwit. Patiënten, vooral die uit de lagere klassen, vragen heel spoedig naar aardappelen: een zeer ongeschikt voedsel voor hen, tenzij gegeven als purée (gestoofd met melk). Vruchten zijn rauw bijna altijd verkeerd; gekookte mits rijpe vruchten (bijv. appelmoes) worden zeer goed verdragen. Eene zeer gewone vraag is ook of de patiënt wel wat druiven hebben mag, en het gewone antwoord moet zijn: „ja, mits pitten en schil niet ingeslikt worden."

Tot het plantaardige voedsel behoort ook brood; versch warm

*) Zeer oneigenlijk wordt in het dagelijksch leven een geklutst ei met melk wel lait de poule genoemd.