Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

patiëntje in knie-elleboogligging gehouden en met goed ingevette vingers getracht den darm weder in te brengen, te beginnen met het gedeelte het dichtst bij den anus. Behalve oefening behoort hiertoe vaak groot geduld. Ter voorkoming van een weder uitzakken zorgt de dokter voor gemakkelijke ontlasting en de verpl. zorgt dat het kind bij de ontlasting niet persen kan door het boven een te wijdv pot vast to houden en de billen van elkander te houden.

HERHALING.

In ons Hoofdstuk I hebben we gezien dat al ons voedsel, hoe verschillend van samenstelling ook, kan teruggebracht worden tot drie hoofdgroepen: eiwitstoffen, vetten en koolhydraten, en dat wij behalve deze nog water en zouten noodig hebben, terwijl de gewoonte ons er nog een aantal genotmiddelen bij doet voegen.

Op den weg van den mond tot de chijlvaten, het net van buisjes dat om en in den darmwand loopt en de verteerde stoften opslorpt, werken een aantal spijsverteringsvochten op het voedsel in: het speeksel, het maagsap, het darmsap, de gal en het alvleeschsap. Van de bovengenoemde hoofdgroepen worden de eiwitstoffen verteerd in de maag door het maagsap, de vetten in de darmen door de gal (in verbinding met het alvleeschsap), de koolhydraten in den mond door het speeksel, en in de darmen door het alvleeschsap.

De voortdurende beweging der darmkronkels en het afwisselend samentrekken en weder verslappen der spiervezelen, die kringsgewijs om den darm heenloopen, bevorderen het voortstuwen van zijn inhoud en ten slotte het ontlasten van hetgeen er overblijft, indien alles wat tot voeding kan dienen er uit opgeslorpt is.

HOOFDSTUK II.

I) E IJ L O E ]) S O M L O O P.

35 § 1. Het bloed. De roode vloeistof, die men bij het maken van eene wond _ uit het lichaam ziet te voorschijn treden, noemen wij, zooals ieder weet, bloed. „Het bloed is het leven", zeide men

Sluiten