Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De oorzaak van een ziekelijken toestand ligt in den mensch zeil of er buiten. Het eerste is het geval bij overgeërfde ziekten; men kan syphilis krijgen door besmetting van een daaraan lijdend persoon, maar ook zonder dat er eenige uitwendige aanleiding toe is, doordat de ouders aan deze ziekte leden. Het kind heeft gelijkenis in uiterlijk, in bouw, in geestelijke eigenschappen met zijne ouders, het is dus a priori reeds waarschijnlijk dat ook ziekelijke afwijkingen wel voortgeplant zullen worden. Veel vaker nog erft het kind eene niet nader omschrijfbare voorbeschiktheid van een of ander orgaan tot ziekte, een minder weerstandsvermogen tegen uitwendige invloeden, zoodat eene bijkomende oorzaak, die een ander geen kwaad zou doen, voldoende is om dezelfde ziekte te doen optreden die een of beide ouders hadden. Sommige overerfbare ziekten, die in de tweede groep thuis behooren, rekende men vroeger tot de eerste. Zoo de longtering; veel geleerden nemen tegenwoordig aan dat niet die ziekte zelf, doch een slechte bouw der borstkas overgeërfd wordt en dat daarna de kinderen door hun voortdurend verkeeren in de omgeving der ouders, door deze zelf besmet worden.

171 In verreweg de meeste gevallen echter komt de oorzaak van buiten, en de ziekten waarbij dit het geval is worden onderscheiden in parasitaire, infectieuse en niet-infectieuse ziekten.

De parasitaire ziekten worden, zooals de naam aanduidt, veroorzaakt door parasieten. Onder parasieten verstaat men wezens die leven van het lichaam van een ander; ze zijn deels van plantaardigen, deels van dierlijken aard. Tot de eerste behooien enkele ziekten van de behaarde hoofdhuid, verder de actinomycose, de spruw; tot de tweede: de schurft, de trichinose, de hehiiintliiasis (wormen in het darmkanaal).

172 Al staan deze dieren op een zeer lagen trap van ontwikkeling, de grootste vijanden van den mensch zijn nog minder georganiseerde wezens, n.1. die welke den overgang vormen^ van het planten* en dierenrijk. Zij zijn de oorzaak der infectieziGktcn, en worden bacteriën of microben genoemd *). Zij bevinden zich in de aangedane organen alleen of ook wel door het geheele lichaam verspreid en tevens in alle uitscheidingen, en zijn in staat, indien sommige omstandigheden medewerken, om ook anderen ziek te maken. In dat geval spreekt men van besmettelijke") ziekten. Het is overbekend dat men ziek kar. worden door omgang met sommige zieken, dat enkele ziekten van den eenen mensch op den anderen o vei gaan kunnen door aanraking of soms ook alleen maar door in de nabijheid te verwijlen.

*) Beide zijn Grieksche woorden, het eerste beteekent: jstaalje", tweede «kleine levende wezens". Daar het niet alle staafjes zijn, is het tweede woord betel, het eeiste is echter meer gebruikelijk.

••) Zeg toch niet «overerfelijk als ge »besmettehjk bedoelt!

Sluiten