is toegevoegd aan uw favorieten.

Handboek der ziekenverpleging

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bijv., reinigt men door er een watje aan een draad door te halen indien ze daarvoor wijd genoeg zijn, door ze met aether uit te spuiten en er daarna lucht doorheen te blazen zoo ze nauwer zijn. 372 Van tijd tot tijd moeten de instrumenten ook gepoetst worden.

veiniKKeme instrumenten zorge men niet te bekrassen door grof poeder of' schuurpapier; men bedenke dat de nikkel slechts een dun laagje op het staal vormt. Wrijven met een zoogenoemde nikkellap of met spiritus, desnoods met een zeer fijn poeder vermengd (bijv. doodekop, het doet er niet toe wat, als het maar onoplosbaar is), is voldoende om vernikkelde instrumenten mooi glanzend temaken. Voor zilveren instrumenten is de onder den naam poetspomade in den handel zijnde amarilpasta het best. Ook gebruikt men dit voor stalen instrumenten die langzamerhand door het gebruik van hun laagje nikkel beroofd zijn; dikwijls zal het daarenboven noodigzijn om amarilpapier of zelfs schuurpapier aan te wenden. Roestvlekken verwiidert men door

Fig-w. de instrumenten een nacht in verzadigde tincou.«-sluiting. chloride-oplossing te leggen, daarna in heete soda-oplossing en ze dan af te drogen, waarna ze met spiritus of met poetspomade opgepoetst worden. Een eenvoudiger middel is met petroleum afwrijven.

373 § 3. Hechtmateriaal. Om wonden te hechten worden verschillende stoffen gebruikt, en wel in de eerste plaats zijde. Men heeft gedraaide of koordzijde en geweven of bandzijde; de laatste is in verhouding zeer duur en hoewel in zijne dunnere nummers wat sterker, toch over het algemeen niet beter aan het doel beantwoordende. Men heeft zijde gewoonlijk in verschillende genummerde dikten voorhanden.

Zijden hechtingen worden meestal na 5 a 8 dagen, wanneer men kan veronderstellen dat de wondranden voldoend verkleefd en al gedeeltelijk met elkander vergroeid zijn, verwijderd. Dat is natuurlijk niet mogelijk voor hechtingen in de diepte, midden in de weefsels of in lichaamsholten, of voor draadjes waarmede men bloedende vaatjes dichtgebonden (zoogenaamd „onderbonden") heeft, waarvan dus de uiteinden niet buiten de huid uitsteken. Men heeft daarom vroeger, meenende dat er bezwaar was om die zijde in het lichaam achter te laten, gezocht naar hechtingsmateriaal dat eenige dagen goed hield en dan langzamerhand door de sappen van het lichaam opgelost en opgeslorpt werd. Men heeft dat gevonden in de „catgut", evenals vioolsnaren