Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

planten reeds een begin van zaadvorming vertoonden, moet deze mammoet in den herfst verongelukt zijn.

Bij den mammoet, die honderd jaar geleden aan den mond der Lena gevonden werd en door Adams in 1806 naar St. Petersburg werd gebracht, vondt Brandt tusschen

i 1 • 1 t • « * f

de plooien der kiezen halt gekauwde overblijfselen van dennennaalden en andere fragmenten dezer boomen. Een wolharige neushoorn daarentegen, die den mammoet steeds trouw gezelschap hield, had nog duidelijk te herkennen overblijfsels van wilgenen berkenbast tusschen de kiezen. Door deze waarnemingen kunnen wij ons dus aangaande het voedsel dezer dieren, die buitengewoon vet werden, een goede voorstelling maken. Het jonge exemplaar van Dr. Hcrz bijv. had een vetlaag van 10 c.M. in het onderhuidsche weefsel van de

buikhuid. Maag en spieren met de bloedvaten en zenuwen waren nog zeer goed bewaard gebleven; het bloed met dat van den indischen olifant in aanraking gebracht, vertoonde nog duidelijk de zg. biologische reactie x), als zeker bewijs van de nauwe bloedverwantschap dezer dieren.

In den eersten ijstijd was de mammoet, zooals wij zeiden, nog in wording, d.w.z. voegde hij zich langzamerhand naar de koude en ontwikkelde hij zich tot een typisch vertegenwoordiger van den ijstijd.

In den eersten tusschenijstijd trok hij verder naar het noorden dan zijne naaste verwanten, en in zijn plaats drongen van uit Afrika, dat toen nog door een

Fig. 18. Schets van een mammoet, gevonden op een der wanden van de grot van Combarelles, in het zuidwesten van Frankrijk, en afkomstig uit den vroegen na-ijstijd. De groote kop van het dier met het enorme opgedreven voorhoofd, de lange, naar achteren gebogen slurf en de korte, achteraan recht atloopende romp zijn, evenals de lange haren aan den hals en den buik, goed weergegeven. Het kleine oor schijnt door den teekenaar vergeten te zijn. (I/19 der nat. grootte.)

1) Het proefondervindelijk bewijs voor de bloedverwantschap tusschen twee dieren bestaat hierin, dat, wanneer men bloed van een dier mengt met bloedwei van een ander, de bloedlichaampjes alleen dan gaaf blijven wanneer de beide dieren tot dezelfde of tot zeer na verwante soorten behooren. Dit noemt men de biologische reactie van het bloed (zie blz. 16). Noot v. d. bew.

Sluiten