Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vindplaats in Zuid-Frankrijk, waar zijne overblijfselen het eerst gevonden werden.

O

De ontwikkelingstoestand der rendierjagers uit den laatsten ijstijd en den vroegsten naijstijd leeren wij het best

Fig. 76. Kleine harpoen uit rendierhoorn vervaardigd, met twee rijen van weêrhaken, die allen bloedgleuven bezitten voor het aanbrengen van gif; uit de a b r i s van Laugerie

b a s s e in Zuid-Frankrijk. Fig. 77- Grootere harpoen, met dezelfde eigenschappen, uit de abris van la Madelaine in de Dordogne, waarvan de weêrhaken eveneens bloedgleuven bezitten voor het opnemen van gift. (Beide fig. 4/9 der nat. grootte.)

Terwijl de speerpunten, stevig in een houten steel bevestigd, werden gebruikt, bevestigde men de aan het ondereinde kegelvormig uitloopende harpoen punten slechts tijdelijk in het daartoe uitgeholde stuk hout: want als het dier getroffen was, liet de harpoenpunt los en de houten steel, die met een leêren riem aan de daartoe aan het ondereinde verbreede harpoenpunt vastgebonden was, sleepte achter den buit aan, evenals wij dit nog bij de harpoenen zien, die de tegenwoordige menschen op een lagen cultuurtrap, b. v. de Eskimos, gebruiken. Het achteraanslepen van den houten steel hinderde het getroffen dier bij de vlucht en 0111 het spoediger tot vallen te brengen, waren de weêrhaken met gif bestreken. Men moet hierbij in het oog houden, dat wij door de onvolkomenheid der wapens bij de jacht der prehistorische menschen, evenals bij die van alle nog levende natuurvolken op lagen cultuurtrap staande, nog veel van de wijze van jagen der roofdieren bewaard moeten vinden; de grootere dieren, die door de weinig gevaarlijke kleine werpsperen en harpoenen slechts gewond werden, moesten immers door den mensch zoolang achtervolgd worden, totdat zij van uitputting neerzegen. Om op zulk een wijze in het bezit van het noodige voedsel te komen, werden goede longen en sterke beenen vereischt en wij, verwende cultuurmenschen, zouden er niet meer in staat toe zijn, tenzij wij er ons van onze jeugd afaan in geoefend hadden.

in Zuid-Frankrijk kennen, waar zij den hoogsten trap hebben bereikt en ook de aanzienlijkste sporen van hun voormalig bestaan hebben achtergelaten en wel voornamelijk in de streek van de Dordogne. Deze streek dankt

Sluiten