Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ringen in een staaf, die evenwel weinig voorkomen, maakten net mogelijk de pels op verschillende wijdten vast te binden. Als deze „bevelstaven" die voor' de Magdaléniencultuur zoo kenschetsend zijn, op de borst gedragen werden om het primitieve kleedingstuk vast te houden, wat was dan natuurlijker, dat men ze door allerlei figuren of zelfs door dierenafbeeldingen versierde. Dit hebben hun dragers dan ook herhaaldelijk gedaan, en wel met zulk een vaardigheid, dat wij er ons over verbazen moeten, hoe deze jagers van zóó lagen ontwikkelingstrap zoo voortreffelijke omtrekteekeningen hebben weten te vervaardigen.

79- Sierstaaf uit rendiergewei, volgens Eduard Lartet vroeger algemeen als „bevelstaaf*' beschouwd, met de afbeeldingen van wilde paarden die achter elkander loopen. Aan de afgebeelde zijde ziet men vier, aan de rugzijde zijn drie paarden voorgesteld. Het ronde gat is eerst na de insnijding dezer af beeldingen met behulp van een been, dat men tusschen de hand ronddraaide, in den -staaf geboord hetgeen daaruit blijkt dat aan beide zijden een paardekop voor een deel is weggevallen. Uit de abris van 1 a M adel e ine in de Dordogne, Zuid-WestFrankrijk. (1/g der nat. grootte).

Vele musea bewaren proeven van zulke afbeeldingen, die getuigen van uitnemend waarnemingsvermogen, en die den mammoet, het rendier, den muskusos, het wilde paard en den buffel, verder den steenbok, den eland, de antilope en talrijke andere dieren, als zeehonden, slangen en visschen voorstellen. De schoonste teekeningen zijn uit de grotten van Zuid-Frankrijk afkomstig, waar de cultuur van het Magdalénien het eerst optrad'en, zooals we zeiden, haar hoogsten bloei bereikte.

Behalve de afbeeldingen van dieren, die allen in profiel geteekend zijn, komen ook een groot aantal uitgesneden dierenlichamen voor, die meestal aan het handvat der uit rendiergewei vervaardigde dolken zijn aangebracht, doch

Sluiten