Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tuur beheerscht was. Daar hier in Zuid-Frankrijk dus buiten het bereik der vergletscheringen de algemeene cultuurontwikkeling niet door ijstijden beïnvloed of zelfs geheel afgebroken is geworden en dus veel gelijkmatiger moet geweest zijn, kunnen zeer goed uit de oudste cultuurcentra van het oostelijke gebied der Middellandsche Zee verder trekkende stammen hier heen gekomen zijn en zich blijvend gevestigd hebben, in een tijd, toen in het overige Europa, ten noorden der Alpen, de Magdalénienjager nog het rendier vervolgde.

Van uit Italië en nog verder uit het Oosten drongen toen een aantal belangrijke aanwinsten der steeds naar hooger strevende cultuur naar het Westen, waar zij, in het Zuiden van Frankrijk, als de dageraad van den aanbrekenden neolithischen tijd verschenen. Tot deze aanwinsten behooren de aanvang van den hakbouw en van de vruchtenteelt, terwijl minder als een aanwinst dan wel als een vordering der cultuur, de bijgeloovige, animistische voorstellingen moeten genoemd worden, die tot tooverij en geheimzinnige gebruiken bij de ter aardebestelling der dooden leidden; het begraven der lijken kwam thans algemeen in gebruik, voornamelijk uit angst voor de geesten der afgestorvenen, die zich verwaarloosd mochten gevoelen en wraak mochten nemen op de levenden. Deze voorloopers der zich voorbereidende cultuuraanwinsten zouden hier echter geheel te niet graan, zonder ook maar den

O o » ^

minsten invloed op een lateren tijd uit te oefenen en zonder zich verder te ontwikkelen, evenals hunne dragers, enkele horden, uit het Oosten hier heen gekomen, spoorloos verdwenen.

Ook in de Basse Provence treft men volgens Fournier boven de rendiereniaag van het Magdalénien overblijfselen eener jongere cultuur aan, die nog niet tot het ware neolithische tijdperk kan gerekend worden. Ook hier ontbreekt het rendier, evenals in het Asylien, en wordt in de plaats het hert gejaagd; ook schelpdieren werden toen gaarne gegeten en slakkenhuisjes algemeen als sieraad gebruikt. Sporen van deze weekdiereneters treft men ook in een op het Asylien rustende, dus jongere laag van de

Sluiten