Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ruilhandel moeten hebben gedreven, hetgeen ook hunne oudste huisdieren en cultuurplanten bewijzen. In dien tijd werden den dooden nog geen geslepen steenen werktuigen en aardewerk in het graf medegegeven. Deze voorwerpen waren den levenden daarvoor wellicht nog te kostbaar-, het was hen voldoende de lijken hunner afgestorvenen met eenvoudige werktuigen, met de noodzakelijkste bedekking en met eenige spijs en drank, in den bodem

neder te leggen.

Dit optreden van dwergen aan den Boven-Rijn heeft Prof.JulitisKollmann, te Basel, hun wetenschappelijken ontdekker, tot de meening gebracht, dat in het algemeen het kleine menschen-

o #

type de voorlooper van de meer uitgegroeide menschen zou geweest zijn en zich uit een stam der menschapen, niet slechts in een enkel paar, doch dadelijk in vrij groot aantal, ongeveer tot 3 procent, zou ontwikkeld hebben. De oerhorden der dwergen of pygm e ë n zouden daarna de verschillende vastelanden bevolkt hebben en daardoor de kiem gelegd hebben tot de ontwikkeling' van het groote menschen-

type, dat meer en meer de overhand kreeg. Reeds voor 20,000 jaar zou de scheiding in de verschillende menschenrassen tot stand gekomen zijn. De tegenwoordige bevolking der aarde, die voor het grootste deel uit slanke ras-

Fig. 124. Een zeer goed in de hand passende dolk, uit de ellepijp van een turfrund vervaardigd; afkomstig uit den neolithischen paal woningbouw van Zwitserland (I/3 der nat. grootte).

sen, doch steeds nog voor een zeker procent uit dwergen bestaat, zou volgens genoemden schrijver onveranderlijk zijn en uit duurzame typen bestaan.

Andere toonaangevende onderzoekers, bij welke wij ons volkomen aansluiten, zijn van meening, dat deze hypothese onhoudbaar is. Zooals Prof. G. Schwalbe, de kundige ontleedkundige te Straatsburg, tegenover Kollmann te recht opmerkt, zijn de pygmeën slechts plaatselijke

Sluiten