Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

men op het land gebouwde paalwoningen verstaat. Deze dikwijls zeer uitgestrekte nederzettingen hebben een groote menigte overblijfselen, voornamelijk van menschelijke kunstvlijt, aan het licht gebracht, waardoor een duidelijk beeld van het leven der paalbewoners ontworpen kan worde^.

De paalwoningen in het Alpengebied, waar zij het veelvuldigst voorkomen, zijn van verschillende grootte; de lengteafmeting langs den meeroever wisselt nl. tusschen enkele en tusschen honderden meters. Aan het meer van Neuchatel, dat, evenals het veel grootere Bodenmeer met zijn beide vertakkingen, 51 paalwoningen heeft opgeleverd, zijn er van 200 M. lengte en van ruim 50 M. breedte. Ja, het groote station van Morges aan den noordelijken oever van het meer van Genève, dat evenwel niet meer tot den neolithischen tijd, doch tot de latere bronsperiode behoort, is 300 M. lang en 30—40 M. breed. In de langs de meren verspreid liggende paalbouwstations kan men dus alleenstaande woningen, dorpen en nog grootere vlekken onderscheiden; deze laatsten telden eenige honderden inwoners, die zich met een levendige huisindustrie bezig hielden en de arbeidsverdeling reeds ver hadden doorgevoerd.

Deze nederzettingen zijn dikwijls langen tijd achtereen bewoond geweest. Werd een dorp bij een vijandelijken overval in de asch gelegd, dan werd het met groote moeite weder opgebouwd. Zoo verrees, na zulke katastrofen, eene nederzetting weder opnieuw en men werd hoe langer hoe stoutmoediger, want men breidde ze steeds verder in het meer uit. De paalwoningen zijn hier niet alleen in den jongeren steentijd, doch op vele plaatsen, vooral in het Westen van Zwitserland, tot in den laten bronstijd bewoond geweest. Nog meer naar het Westen over Grenoble tot nabij de Pyreneeën, treft men zelfs paalwoningen uit de ijzerperiode aan. Zulke jongere stations vindt men ook in Brandenburg, Achterpommeren en in Ierland. Ja, de iersche „Cr anno ges" of hout ei landen, die uit laagsgewijze opeenstapelingen van hout en steenen bestonden, "die voor de stevigheid door ingeheide palen verbonden

Sluiten