Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de familiën en horden van den oermensch en de wolven en jakhalzen van denzelfden tijd?" zoo vervolgt Dr. Heek. „Voegt men met Ednard Halm nog daarbij de groote aantrekkingskracht van het verwarmende kampvuur, de gewoonte, die wij nu nog bij de vrouwen van vele natuurvolken aantreffen, om nl. de jongen van sommige huisdieren, als jonge honden en biggen, aan de borst te zoogen i), en de innige betrekking, die tusschen zulk een dier en zijn menschelijke min als van zelf moet geboren worden, dan zijn ons de eerste schreden, die tot het ontstaan van den huishond moesten voeren, zóó duidelijk aangegeven, dat men naar zijn oorsprong niet verder behoeft te zoeken. Ook nu nog houden de honden bij vele natuurvolken zich meer in de nabijheid van de hut en het vuur op, en zijn zij eerder de gezellen van de vrouwen dan van de mannen.

„Van een bepaald nut waren de honden in dezen overgangstoestand van het wilde tot het tamme dier niet; ternauwernood bewaakten zij de hut en het dorp, waarbij zij tegelijkertijd hun afschrikwekkend gehuil in een blaffend geluid veranderd hadden — eene neiging, die den vertegenwoordigers der hondenfamilie bij hunnen overgang tot den tammen staat zoozeer aangeboren is, dat zelfs vele getemde wolven en jakhalzen zich aan deze stemverandering gewennen! Vele huishonden van natuurvolken, vooral in Amerika, blaffen feitelijk niet, doch huilen slechts, hetgeen men ook van de zonder meester rondzwervende paria-honden van het Oosten zeggen kan, die met den Islam, welke den hond als een onrein dier veracht, Europa zijn binnengedrongen en slechts hun geboorteplek getrouw blijven, zoodat zij zelfs in de steden zich streng aan een straat of wijk houden.

,,0p de zeer scherpe zintuigen, die den hond voor het bewaken van huis en erf zóó geschikt maken, vooral op zijn fijnen neus, berust ook zijn tweede nuttige eigenschap, nl. het vermogen om het wild op te sporen en na te jagen; ook deze hoedanigheid, die bij de honden der natuurvolken nog weinig op den voorgrond treedt, is zeker zeer oud;

1) Zie o. a. : Air. II. A. lorentz, Eenige maanden onder de Papoea's. Leiden, E. J. Brill, 1905, blz. 174. Noot v. d. bew.

Sluiten