Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wij behoeven slechts aan de zooëven genoemde betrekking van den jakhals tot de groote roofdieren te denken! Daarentegen is, zonder twijfel, de herdershond — de hulp bij het hoeden, vooral van de schapenkudden — van veel lateren oorsprong. De oudste huisdieren, die men in kudden liet weiden, de geit en het rund, hebben geen hond noodig, en zelfs de schapen volgen nog in den bijbel ,,den stem des herders en kennen zijn geluid." "

Als een bepaald huisdier treffen wij den hond in Europa het eerst bij de neolithische paalbewoners aan, waar hij slechts door één enkel, zeer algemeen verspreid ras vertegenwoordigd was. Dit ras heeft men turf hond, Canis familiaris palustris, genoemd, omdat men zijne beenderen met de andere overblijfselen, die de paalbewoners hebben nagelaten, in den doorgaans tot veen overgeganen ouden bodem der meren aantreft, waarin

Fig. 130. Hoektand van een hond; de doorboring van den wortel bewijst, dat de tand hetzij als amulet, hetzij slechts als sieraad gedragen werd. Uit den paalwoningbouw van Wangen aan de Bodensee. (2/3 der nat. gr.).

Deze eigenschappen, in verband met het feit, dat deze hond in de oudste paalwoningoverblijfselen en in de even oude nederzettingen op het land een opvallende overeenkomst vertoonen, wijzen er op, dat dit ras niet van een in Europa in het wild levenden hond afstamt, doch er in tammen staat moet ingevoerd zijn. Volgens de zeer nauwkeurige en betrouwbare onderzoekingen van Prof. Konrad Keiler te Zürich, aan wien wij ons daarom in de volgende regels in hoofdzaak zullen houden, kwam hij zonder twijfel uit West-Azië, waar men den daar in-

humuszuren hunnen conserveerenden invloed ruimschoots konden uitoefenen. Deze turfhond was niet groot, had het voorkomen van een keeshond en bezat korte, doch krachtige pooten en een langen staart. De kop, die tusschen 13 en 15 cM. lang is, vertoont een sierlijk afgerond schedeldak, welks kamm,en doorgaans weinig ontwikkeld zijn, verder een betrekkelijk krachtig gebit en een opvallend nauwe neusholte — eigenschappen, die wij bij den jakhals nog terugvinden.

Sluiten