Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tot krijgsdoeleinden, in het groot moet getemd zijn.

Omstreeks het jaar 1550 v. Chr. kwam het dier in Egypte door de herdersstammen der Hyksos, die, uit Azië het Nijldal binnengedrongen, in het vervolg de macht in handen kregen en eenige eeuwen over Egypte heerschten. Toen nu in het Nieuwe Rijk weder de Egyptenaren over hun land heerschten en hunne macht naar alle kanten uitbreidden, werd het paard tot het trekken der krijgswagens gebruikt, waarop de koning en zijn generalen ten strijde trokken en was het de trots der grooten, die dit luxedier er op na konden houden. Eerst langzamerhand begon ook het volk van deze waardevolle, aan Azië te danken aanwinst, partij te trekken en daardoor werd in het Nijldal de als huisdier zeer veel oudere ezel meer en meer verdrongen.

Bij de Joden en Arabieren verschijnt het paard betrekkelijk laat. Eerst in den tijd van Salomo, omstreeks het jaar 980 v. Chr., werd het in grooter aantal door de praallievende vorsten in Syrië en Arabië ingevoerd.

Volgens hetzelfde humane grondbeginsel, waaraan zich nog tegenwoordig de Japanner streng houdt, nl. het werkdier niet tevens tot voedsel te gebruiken, heeft ook de Semiet zich van het vleesch van paard en ezel onthouden, evenals hij zich ook van het als „onrein" bestempelde varken, als het kenschetsende fokdier van vijanden en barbaren, met trotsche verachting heeft afgewend. Voor de nomaden en steppenbewoners is het schaap het eigenlijke slachtdier, terwijl dit bij den landbouwer veeleer het varken is, dat de nomade, die het overigens zeer moeielijk zou weten te houden, versmaadt.

Zoo treffen wij het varken even vroeg als geit en schaap in de huishouding der prehistorische bewoners van Europa aan. Reeds in de oudste paalbouw-nederzettingen vinden wij het zoogenaamde turfvarken, Sus scrofa palustris, als huisdier van den neolithischen mensch. Doch de skelet-overblijfselen ook van dit dier leveren het zekere bewijs, dat het niet van het inheemsche wilde zwijn afstamt, doch uit het Zuid-Oosten in reeds getemden toestand naar Europa werd gebracht. Naar zijn geheelen lichaamsbouw

Sluiten