Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gelen, witten en rooden bolus *) en een brok roodijzersteen. Men mag hieruit afleiden, dat hier een huisindustrie werd beoefend, waarbij men overvloedig kleurstoffen gebruikte. In een derde hut stiet men op een groote hoeveelheid fijn aardewerk, z.g. spiraalband-ceramiek, gedeeltelijk ook met punt- en wigornementen, zooals we reeds bij het aardewerk der paalbewoners hebben leeren kennen. Dit vaatwerk had veelal een glanzend zwarte oppervlakte, alsof het met vernis bestreken was. Deze glans moet eenvoudig daardoor zijn voortgebracht, dat men de voorwerpen na het bakken berookte en de roetlaag met gladde kiezelsteenen zóó lang wreef, tot de oppervlakte een fraaien glans vertoonde.

Al IV _1 li. . « ,

ru un aaraewerK, aat meestal slechts in scherven te voorschijn kwam, was het voortbrengsel van een pottebakkerswerkplaats 2), die hier eenmaal moet hebben gestaan, vanwaar de met groote vaardigheid uit klei gemaakte voorwerpen aan dorpsgenooten en aan bewoners van naburige nederzettingen tegen de voortbrengselen van den landbouw werden ingeruild.

Onder het aardewerk van deze misschien reeds met mannelijke hulp door vrouwen beoefende industrie bevonden zich zelfs twee stukken van zeer primitief speelp-oed. een

vogel en een viervoetig dier voorstellend, welks pooten slechts door korte stompjes zijn aangeduid. 3) Ook allerlei sieraden, zooals kogel- en cylindervormige, doorboorde stukken uit gebakken klei, zoogenaamde parels, voor het

Fig, 159. Vlechtwerk, uit smalle reepen boombast gemaakt, waaruit grootere en kleinere korfjes werden gemaakt voor het inzamelen van bessen en vruchten in het bosch en van andere plantaardige voedingsmiddelen. Afkomstig uit den paalbouw van Wangen, aan het Bodenmeer. (Uit Heierli, Urgeschichte der Schweiz).

1) Gekleurde kleisoorten noemt men bolus. Naar het ijzeroxyd, dat de klei bevat, is zij wit, geel, rood, geelrood of bruin. Tegenwoordig nog leveren een aantal variëteiten een gezochte kleurstof, zoowel voor water- als voor olieverf.

2) In het indiaansche dorp, dat ik in Suriname bezocht (zie noot op blz. 231) vond ik een der hutten als magazijn van het aardewerk in gebruik, terwijl dé vervaardiging in elke hut afzonderlijk plaats had.

3) Van een Indiaan ontving ik een uit klei gebakken viervoetig dier ten geschenke, waarmede een hond bedoeld was en welks pooten eveneens slechts door korte stompjes waren aangeduid. Noten v. d. bew.

Sluiten