is toegevoegd aan uw favorieten.

De mensch in den IJstijd in Europa en de ontwikkeling zijner beschaving tot aan het einde van den Steentijd

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

urineton met haren rottenden inhoud, die een stekende lucht van ammoniak, het bekende vluchtige bestanddeel van geest van salmiak, van zich geeft, is natuurlijk een van de voornaamste oorzaken van de verpestende lucht in de hutten. Men heeft er echter een bizondere bedoeling mede, want de huiden der buitgemaakte dieren moeten de uitwasemingen vóór het looien zóó lang in zich opnemen, tot de haren door de ingetreden rotting gemakkelijk uitvallen, waardoor de arbeid der vrouwen bij het bewerken der vellen belangrijk verlicht wordt.

Behalve de traanlamp en de urineton treft men in de Eskimohut nog slechts eenige platte schalen aan, uit het

waterdichte vel van den zeehond gemaakt, en die dienen moeten om sneeuw te smelten, ten einde zich drinkwater te verschaf-' fen — om te kooken of te wasschen, een weelde, die deze menschen in het geheel niet kennen, hebben zij geen water noodig — verder eenige in handvatsels van been gestoken messen van vuursteen, steenen schaven, eveneens in beenen handvatsel, tot het bereiden der huiden en eindelijk het primitieve naaigereedschap der vrouw,

waarvan wij straks nog zullen spreken.

In de hut legt ieder dadelijk de pelskleeding af en loopt naakt; in den laatsten tijd is bij de Eskimo's, die onder europeeschen invloed gekomen zijn, het dragen van een smallen schaamband in gebruik gekomen. De Eskimo's slapen ook naakt en trachten zich door dicht tegen elkander aan te liggen, in gezelschap der jonge honden, die bij den strengen vorst mochten doodvriezen en die zij daarom bij

Fig. 186. Schaaf van vuursteen der Eskimos, gestoken in een uit walrustand gesneden en gepolijst handvatsel. Afkomstig uit de Behringstraat. (4/9 der nat. grootte). Op dezelfde wijze zijn ook de steenen messen der Eskimos in handvatsels van been gestoken, die onderaan van een gat voorzien zijn, om ze aan een dierenpees te kunnen ophangen. Daar deze menschen, evenmin als onze voorvaderen gedurende den steentijd, voorwerpen bezitten, om hunne werktuigen op te bergen, moeten ook zij hunne gereedschappen in de hutten ophangen. En daar zij geen hout ter beschikking hebben, om de handvatsels te vervaardigen, zijn zij gedwongen, in tegenstelling met de bewoners van Europa in den steentijd, de handvatsels uit been te snijden, hetgeen veel meer moeite vereischt.