Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

leenen, tegen iets anders mogen inruilen en zelfs ook kunnen wegjagen. Zooals bij alle primitieve volken, doen de vrouwen al het werk; bij de Eskimo's slepen zij al het buitgemaakte wild, ook rendieren, soms met buitengewone krachtsinspanning veelal zeer ver naar de woning, maken daarvan het maal gereed, looien de huiden, overtrekken er mede de kajaken der mannen en hare eigen booten, die zij zelf roeien, naaien de pelskleeding, bouwen de winterwoningen, slaan de zomerhutten op en verrichten, bij de verzorging harer kinderen, al het huiswerk. Zij bezitten een groote handigheid in het looien en conserveeren der huiden, zoowel van zoogdieren als van vogels, waarvan zij het vet met de tanden afbijten, uitzuigen en inslikken. Bij voorkeur worden de haren, die zeer gemakkelijk loslaten, als het vel twee dagen in de urineton heeft gelegen, met den mond uitgetrokken. Bij alle werkzaamheden gebruiken de Eskimovrouwen, wier mond de derde hand is, dikwijls hare tanden, nu eens om de huiden uit te rekken, dan weer om deze bij het afschaven vast te houden of ook wel tot het afschaven zelf. Zooals Fridtjof Nansen in zijn boek over het leven der Eskimo's zegt, „is het voor ons Europeanen bepaald verbijsterend te zien, als zij een huid uit de stinkende urineton nemen, er dan hare tanden in zetten en dan met de bewerking een aanvang nemen. Daarom zijn bij de oude vrouwen, door het veelvuldig gebruik bij de huidbewerking, de snijtanden deibovenkaak ook opvallend kort." Ook in het naaien hebben de vrouwen een groote handigheid. Zij snijden de naalden uit been en gebruiken als draden de gedroogde pezen van walvisschen, zeehonden en ook van rendieren. Om de huiden tot pelskleeden aan elkander te naaien, die dikwijls met water in aanraking komen, gebruikt men in plaats daarvan het versch afgetrokken, met vet doortrokken bekleedsel der luchtpijp van vele zeehonden en van de duikeend, welk materiaal boven peesdraden de voorkeur verdient, omdat het zich in het water niet uitzet.

De kleedingstukken, die de vrouwen uit zeehonden- of rendiervellen naaien, sluiten overal nauw tegen het lichaam en zijn bij beide geslachten van beenbekleedingen voor-

Sluiten