Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wekkende macht over de gemoederen hunner stamgenooten uitoefenen, vertelden eens, 150 jaren geleden, aan den ouden zendeling Hans Egede, die door zijne minzaamheid hun vertrouwen in hooge mate had gewonnen, dat de zielen dezelfde gedaante als het lichaam hadden, zeer zacht aanvoelden, ja bij het betasten haast niet te bemerken waren, daar zij uit een gasvormige stof bestonden. Toovenaars van Oost-Groenland echter hebben later aan een onderzoekingsreiziger verteld, dat de zielen zeer klein, niet grooter dan een hand, ja dikwijls slechts zoo groot als een vinger waren. Somtijds kunnen ook gewone stervelingen hen in de gedaante van een vonk of een vlam waarnemen — men denke slechts aan de ook bij ons zoo merkwaardige, geheimzinnige electrische verschijnselen van het St. Elmusvuur of aan de vlammen van het uit zich zelf ontvlammende moerasgas — en dan moet men bizonder op zijn hoede zijn.

Deze zich manifesteerende geesten noemt de Eskimo bij voorkeur tornak, hetgeen schaduw beteekent. Evenals de schaduw van hem, die in de zon loopt, de onafscheidelijke begeleider, de dubbelganger van het levende wezen is, zoo heeft ook ieder mensch zijn tornak. Dit is een bizonder machtige soort der inua. De machtigste dezer machtigen heet tornarsuk, welk woord door de zendelingen verkeerdelijk met duivel vertaald werd, daar hij door alle Eskimo's het meest gevreesd wordt.

In het lichaam van den levenden mensch is de ziel het nauwst aan den adem verbonden. Bij den dood ontwijkt zij met dezen. Daarom schrijft men aan den adem een bizondere tooverkracht toe en is het ademen over de zieken, die zij willen genezen, d. i. het schenken van een nieuwe gezonde ziel, een voornaam toovermiddel der angekoks.

De ziel wordt, zooals we gezien hebben, door de Eskimo's als vrij zelfstandig beschouwd; zij kan het lichaam voor langer of korter tijd verlaten. Zij doet het alle nachten, als zij in levendige droomen op de jacht of voor genoegen er op uitgaat. Zij kan ook thuis blijven, als het ichaam op reis gaat en dan ontstaat in dit laatste het

Sluiten