Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De plaatjes zijn aangegroeid, van elkaar staand, witachtig, dan bruinachtig, niet gekroesd. ^

De zwam riekt niet naar knoflook, leeft op schors en afgevallen bladeren en is van April af overal te vinden.

14. M. perforans (Fr.) afgeleid van perforare of doorboren, n. a. van haar groeiwijs.

De hoed is bijna vliezig, onbehaard, in vochtïgen toestand niet gestreept , een weinig geplooid of gestreept wanneer het droog is, vuilwit, dan geelachtig of rossig, 9 a 10

mM. breed. .. .

De steel is hoornachtig, teer, pijpachtig, taai, gelijk,

licht fluweelachtig, bruinachtig, 2 a 3 cM. lang.

De plaatjes zijn talrijk, aangegroeid, vrij dik, witachtig

dan gelijkkleurig met den hoed.

De reuk is stinkend, onaangenaam, niet knoflookaclitig. Op dennennaalden en beukennoten in het najaar vrij algemeen voorkomend.

O

15. M. saccharinus (Fr.) afgeleid van sacchnrum of suiker,

n. a. der kleur van den hoed.

De hoed is vliezig, klokvormig, op het laatst ingedrukt en in liet midden een klein bultje vertoonend, onbehaard, geplooid, gevoord, sneeuwwit, 4 a 5 mM. breed.

De steel is zeer teer, gebogen, vlokkig, dan onbehaard, • rossig of bleek aan den top en roodbruin aan den voet. De plaatjes zijn aangegroeid, dik, zeer weinig talrijk,

netvormig verbonden.

Op afgevallen takjes en bladeren in zomer en herlst

te vinden maar niet algemeen.

16. M. epiphyllus (Fr.) afgeleid .. x 1

of blad. „ ,

Syn. : Ag. epiphyllus-Bull., M. squamula-Batsch. De hoed is vliezig, halfrond, later genaveld, onbehaard, geplooid, gestreept, wit of witachtig, met licht roodbruin

gewassehen, 8 a 16 mM. breed. ....

De steel is bijna hoornachtig, draadvormig, pijpachtig,

12

Sluiten