Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De steel is dun, een weinig geschubd.

In gedaante en kleuren zeer verschillend.

In den herfst op beschaduwde, vochtige plekken, vooral in beukenbosschen te vinden.

3. G. hirsutum (P.)

Het knotsvormige, uitgerekte en saamgedrukte vruchtlichaam is zwart, ruigharig en wordt met den walsvormigen steel soms 7 cM. hoog.

Van Augustus tot November in moerassige, drassige

weilanden te vinden.

LEOTIA.

L. lubrica (Fr.)

De hoed is rond, naar beneden omgerold, geleiachtig, geel of geelbruin met groenachtige tint, 10 a 15 mM. breed.

De steel is kleverig, gelijk, hol, met een vloeibaar slijm gevuld, geel of lichtgroenachtig en 3 a 6 cM. lang.

In zomer en herfst in vochtige bossehen op den grond,

alsook op stronken.

MITRULA.

NI. paludosa (Fr.)

Het knotsvormige vruchtlichaam is fraai geel, meer of minder eivormig, opgeblazen, hol, 4 a 8 mM. lang.

De steel is hol, witachtig, met rosen weerschijn tot 5 cM. lang.

Van Mei tot den herfst op moerassige plekken en tusschen rottende bladeren en mos.

SPATHULARIA.

S. flavida (P.)

Het spatelvormige vruchtlichaam is langwerpig, stomp,

■>i uru ia paludosa.

Sluiten