Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Slechts een enkele maal werd mij de vraag gedaan: »Zijn er van mijn kant geneeskundige bezwaren tegen een huwelijk?

Ik moest wel eens ontradend antwoorden — maar — ik heb nog nooit beleefd, dat iemand zich aan dat advies stoorde. Zooals 't mij ging, ging 't meerderen collega's.

Bij uitzondering wordt den geneesheer in deze materie raad gevraagd, bij nog grooter uitzondering wordt zijn raad opgevolgd.

Nu schijnt mij dat verkeerd toe, en ik meen, dat wij hierin verbetering moeten brengen; want een consequentie van het veroordeelen der middelen tot beperking van het kindertal lijkt mij te zijn de eisch: dat wie huwen ook inderdaad geschikt moeten zijn om aan het hoofddoel van het huwelijk te beantwoorden.

Er is iets stuitends in de gedachte, dat we goedkeuren het onbeperkt voortbrengen van kinderen, waar we van den anderen kant, door ondervinding geleid, moeten verwachten, dat deze kinderen zwakke stumperds zullen zijn. óf bestemd voor een vroegen dood, óf bestemd voor een leven, dat van 't eene ziek zijn in 't andere sukkelt.

Van 't eenige, geoorloofde middel — onthouding — om aan dit bezwaar tegemoet te komen, moeten we niet te veel verwachten. Het wordt soms toegepast, dat weet ik zeker, maar 't is zeldzaam, dat een echtpaar daartoe voldoende kracht vindt. Juist deze moeilijkheid maakt, dat zich een groep gevormd heeft van relatieve tegenstanders van NeoMalthusiaansche middelen. Zoo prof. Kouwer:

»Ik begin met de verklaring, dat ik mij niet schaar onder de absolute tegenstanders daarvan [n.1. van het N.-M.]. Immers, hoezeer ik den wensch onderschrijf, dat, waar bepaalde aangeboren of verkregen ziekten bestaan, het huwelijk vermeden mocht worden, evenzeer hoad ik rekening met het feit, dat er nu eenmaal onnoemlijk veel van dergelijke huwelijken worden gesloten. Hier is het eenvoudig een eisch van humaniteit, dat de geboorte van een ongelukkig kind worde voorkomen, of het leven der moeder worde beschermd. Hier geslachte-

Sluiten