Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Jl. Olci Lini 36 Paraffini 24.

Oleini 30

Spiritus Dzondii 10 misce lege artis.

Dit laatste praeparaat neemt zijn vijfvoudig gewicht aan water op.

COLLODIUM.

Voor de bereiding van dit praeparaat voegt men bij 400 deelen Ruw Salpeterzuur (s.g. 1,3S0) langzaam in kleine gedeelten onder afkoeling en onder voortdurend omroeren 1000 deelen Ruw Zwavelzuur (s.g. 1,830) en wacht tot de temperatuur tot 20° gedaald is. In dit bekoelde mengsel brengt men bij kleine gedeelten 55 deelen goed gedroogde Gezuiverde watten, die men met een glazen staaf of porseleinen spatel er herhaaldelijk en nauwkeurig onder kneedt.

Men laat na het kneden de massa zóó lang in een gesloten vat bij een temperatuur van ongeveer 20° staan, totdat een kleine hoeveelheid der watten, die met een glazen staaf uit het mengsel genomen wordt, na herhaald met water en daarna met absoluten alcohol afgewasschen te zijn, in aether helder oplost. De Cellulose, waaruit de watten bijna uitsluitend bestaat, is dan overgegaan in Cellulosedinitraat en Cellulose-trinitraat, die beide oplosbaar zijn in een mengsel van spiritus en aether. Zoodra het uitgenomen stukje watten in aether helder oplost, brengt men alle watten uit het zuurmengsel over in eene ruime hoeveelheid water en ververscht dit zóó lang, tot het niet meer zuur reageert, dus tot de watten van aanhangend zuur geheel bevrijd zijn. Nu perst men ze uit en droogt de uitgeplozen watten bij ten hoogste 40\ Drie deelen der aldus verkregen Collodiumwatten laat men eerst doortrekken met 17 deelen Spiritus en voegt daarbij 80 deelen aether, schudt nu en dan krachtig om, tot de watten geheel of bijna geheel zijn opgelost, laat 24 uur staan en giet de bovenstaande vloeistof af.

Collodium moet zijn eene kleurlooze, heldere, dikvloeibare vloeistof, die sterk naar aether riekt, en die, tot een dunne laag uitgestreken, na verdamping een stevig doorschijnend vlies achterlaat.

Sluiten