Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voorkomende af te dalen. De uitkomsten van het onderzoek naar zetmeel zijn altijd vermeld, ook in die gevallen, waarin deze stof niet of niet in noemenswaardige hoeveelheid aanwezig is. Zulke negatieve opgaven zijn voor dit geval noodig geacht, omdat vermenging van poeders met zetmeel zeer voor de hand ligt en hier dus elke twijfel moet zijn buitengesloten; deze opgaven zijn aan het einde der beschrijvingen geplaatst.

In twijfelachtige gevallen, in 't bijzonder waar vermenging met poeders van naverwante plantendeelen ondersteld kan worden, is vergelijking met een standaardpoeder noodzakelijk.

De poeders worden microscopisch onderzocht in water, in Chloralhydraat (een oplossing van 7 deelen Chloralhydraat in 3 deelen water) en in Jood-Chloralhydraat (een verzadigde oplossing van Jodium in de oplossing van Chloralhydraat.)

Als bij uitzondering eenig ander medium gebruikt werd, is dit vermeld.

Onder kristallen, zonder meer, zijn die van Calciumoxalaat te verstaan.'

Op een ander belangrijk onderdeel van het onderzoek der plantenpoeders komen wij nader terug.

Omtrent de bereiding der poeders geeft de Pharmacopee de volgende voorschriften: „De bereiding der Poeders geschiedt door de grondstoffen grof te verdeelen, dan bij ten hoogste 50° te drogen en door malen, stampen of wrijven zóó fijn te verdeelen, dat zij geheel of bijna geheel door den voorgeschreven zeefbodem kunnen worden gezift. Grondstoffen, welke vluchtige bestanddeelen bevatten, moeten bij ten hoogste 40°, bij voorkeur echter met behulp van ongebluschte kalk worden gedroogd."

Het grof verdeelen der simplicia geschiedt op de wijze als bij species is vermeld, door ze met een hakmes te snijden: wenschelijk is het echter in vele gevallen, de simplicia eerst van aanhangend stof en zand te zuiveren; vooral wortels met talrijke bijwortels als radix Valerianae, bevatten een niet onbelangrijke hoeveelheid vuil. De grof verdeelde simplicia worden nu gedroogd; men brengt ze daartoe in eene afgesloten ruimte in aanraking met lucht, die niet met waterdamp is verzadigd. Zoodanige lucht verkrijgt men óf door verwarming óf door wateronttrekking. Verwarmt men de lucht, dan moet deze, telkens wanneer zij met water is verzadigd, worden weggevoerd en door nieuwe onverzadigde worden vervangen. Droogt men de lucht door wateronttrekkende stoffen, dan doet natuurlijk steeds dezelfde lucht dienst.

Er bestaan dus twee soorten van droogtoestellen:

Sluiten