Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

meer dan voldoende is, gebruikt daarvan zooveel als noodig is en trekt, wanneer de pillen gereed zijn, daarvan af wat is overgebleven. Steeds denke men er aan, dat eene pillenmassa min of meer hard moet zijn, en dat ze voornamelijk door langdurig kneden in een toestand gebracht moet worden, waarin zij goed is uit te rollen. Een goed receptarius zorgt er steeds voor, dat zijn pillenmassa niet te week of te droog wordt; de ondervinding doet in vele gevallen de juiste consistentie kennen.

Dat men bij de additie van constituentia rekening moet houden met de werkzame bestanddeelen van de pillenmassa spreekt van zelf. Op zich zelve onschuldige stoffen kunnen somwijlen op de medicamenten ontledend inwerken; Zilvernitraat, Kwikchloride en Acetas plumbicus, bijv. worden door plantenpoeders ontleed. Wij komen op

Fig. 4?.

de meer of mindere geschiktheid der bindmiddelen bij verschillende stoffen nog terug.

In 't algemeen kan men zeggen, dat eene pillenmassa goed is, wanneer zij niet meer aan den mortier of aan de vingers kleeft en bij doorsnijden homogeen is. Om zulk eene massa tot pillen te verwerken wordt zij, - na zoo noodig door wegen in zóóveel gelijke deelen te zijn verdeeld, dat van elk stuk hoogstens 30 pillen gemaakt behoeven te worden — met een plankje tot eene overal even dikke stang van de verlangde lengte uitgerold. Bij de bereiding van pillen in 't groot kan men met succes gebruik maken van eene deegpers (fig. 48), waarbij men op de (weeke) massa eenen zóó sterken

Sluiten