Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De Ed. III gebruikte als bindmiddel Glycerinetragacanth, waardoor de pillen kleiner werden en moeiclijk fraai te verzilveren waren.

Het bezwaar, dat de pillen klein zijn, kan men ondervangen door aan elke 1000 pillen nog 25 G. Saccharum toe te voegen. Wij achten dit eene in alle opzichten geoorloofde toevoeging, daar de oplosbaarheid der pillen er niet geringer door wordt.

Door Mevrouw A. C. Alblas-Sorber wordt toevoeging van zoutzuur wenschelijk geacht om de pillen beter oplosbaar te maken <)■ Zij geeft voor Kininepillen het volgende voorschrift:

Ji. Sulfatis Chinini 6 Sacchari albi 3 Pulveris Gummi arabici 2 Acidi hydrochlorici diluti 1 m. f. pilulae CXX.

De pillen, volgens dit voorschrift bereid, leveren een goed kneedbare en uit te rollen massa en lossen snel en volkomen in water op.

Behalve deze vier officiëele voorschriften voor pillen verdienen nog afzonderlijk vermeld te worden:

ln. Pillen met kleine hoeveelheden sterk werkende geneesmiddelen, omdat men natuurlijk moet zorg dragen, dat het heroicum uiterst nauwkeurig door de massa is verdeeld.

De wijze, waarop dit kan geschieden, hangt af van het geneesmiddel en van het constituens, dat men toevoegt. Bij het voorschrift:

Nitratis Aconitini 1/20 mG. f. 1. a. pilulae d. t. d. LX.

zal men de massa kunnen maken met Succus en Radix Liquiritiae, maar ook met Bolus alba.

Maakt men de massa met Succus en Radix Liquiritiae, dan verdeelt men 10 mG. Aconitinenitraat onder 5 G. Succus Liquiritiae en neemt van dit mengsel 1,5 G., waarna men 1 G. Succus Liquiritiae en 5 G. Radix Liquiritiae toevoegt om verder met Aqua glycerinata eene pillenmassa te maken.

Ook kan men, als vroeger is aangegeven, het Aconitinenitraat met wat Karmijn te samen onder melksuiker verdeelen en dan met drop en zoethout een massa bereiden.

') Pharm. Weekblad 1904, pag. 1094.

Sluiten