Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hoeveel m.M.2 zijn er in i c.M.2 ? » c.M.2 » » » i d.M.8? » d.M.2 » » » i M.2 ? enz. dan hebben we telkens dit: er zijn io strooken, elke strook bevat 10 vierkanten, de oppervlakte is dus 100: eerst 100 m.M.2, dan 100 c.M.-, dan 100 d.M.2, enz. De op elkaar volgende lengtematen worden telkens 10 maal zoo groot; de op elkaar volgende vlaktematen 10 X !0 of ioo maal.

We gaan nu een stapje verder, slaan één maat over, en vragen nu:

hoeveel m.M.2 gaan er, niet in i c.M.2, maar in i d.M.2?

c.M.2 » » » » i d.M.2, » » i M.2 ?

d.M.2 » » » » i M.2, » » i D.M.2?enz. dan zeggen we, in 't laatste geval b.v. dit: i D.M. is ioo d.M., i D.M.2 bevat dus ioo strooken van ioo d.M.2, dus iooood.M.2 En zoo is het telkens. Mocht men 't zóó niet kunnen begrijpen, dan zeggen we dit: i D.M.2 = ioo M.2 (zie boven); elke M.2 = ioo d.M.2, dus i D.M.2 of ioo M.2, ioo X 100 d.M.2 = ioooo d.M.2. Slaan we derhalve een maat over, dan krijgen we een lengtemaat, die ioo maal zoo groot is, en een vlaktemaat, die ioo X ioo of ioooo maal zoo groot is.

Moeten we zóó nog meer voorbeelden bespreken ? Het zal wel niet noodig zijn. Alleen nog dit: Vraagt men hoeveel m.M.2 er gaan in I M.M.2, d.w.z. heeft men een vraagstuk waarin een groot getal voorkomt, dan neemt men voor 't gemak even rust bij de M. bijv.:

i M.M. = ioooo M. (4 nullen); 1 M.M.2 dus 100000000 M.2 (8 nullen);

1 M. == 1000 m.M. (3 nullen); 1 M.2 dus 1000000 m.M.2 (6 nullen);

1 M.M.2 = 1000000 X 100000000 = 100000000000000 m.M.2 (14 nullen).

Merk ook nog op, dat het aantal nullen steeds even is, 2, 4, 6, 8, 10, 12 of 14.

We herinneren er aan, dat 1 H.M.2 1 H.A. genoemd wordt,

Sluiten