Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

er gingen zooveel rijen in de eerste laag, als de kamer d.M. breed was;

er waren zooveel lagen noodig, als de kamer d.M. hoog was. En dat is altijd zoo, ook als de cijfers door andere worden vervangen. Was de kamer 52 d.M. lang, 45 d.M. breed, 40 d.M. hoog, dan telde de eerste laag

45 X 52 d.M.8,

en in 't geheel waren er noodig

40 X 45 X 52 d.M.:i = 93600 d.M.3.

Een blok hout kunnen we niet vullen met d.M.3, maar, zoo noodig, wel verdeden in d.M.3 De redeneering is dezelfde als hiervoor. Is het blok 3 d.M. dik (hoog), dan kan het verdeeld worden in 3 slagen" van 1 d.M.; elke laag bevat dan zooveel d.M.3 als het grondvlak d.M.2 is. Dit laatste is niets anders, dan wat we hiervoor zeiden. Want het grondvlak bestaat uit eenige rijen vierkanten, en op elk vierkant is een d.M.3 geplaatst. Is 't blok 8 d.M. lang en 5 d.M. breed, dan bestaat één laag uit 8X5 d.M.3 = 40 d.M.3; 't geheele blok is groot 3X4° d.M.3 = 120 d.M.3

Maar dat waren alle d.M3. Doch of het zijn d.M.3 of M.3 of wat ook, steeds kunnen we ons elk balkvormig lichaam op dezelfde wijze „samengesteld" denken, en steeds houden we dezelfde redeneering. Oppervlakten werden alle op dezelfde wijze berekend, of het d.M.2 waren ofK.M.2(zie bl. 126), inhouden ook. Voorbeelden:

Hoeveel c.M.3 is een doosje groot, lang 12, breed 8, hoog 5

c.M.? Op den bodem kunnen staan 8 X 12 c.M.3 ; er kunnen 5 lagen in geplaatst worden; de inhoud is dus

5 X 8 X 12 c.M.3 = 480 c.M8.

Hoeveel M.:t is een zaal groot, lang 20 M., breed 12 M., hoog 5 M. ? De redeneering is dezelfde; de inhoud is

5 X 12 X 20 M.3 = 1200 M.8

enz.

Opmerking. Vindt men in een vraagstuk de „afmetingen",

d. w. z. lengte, breedte en hoogte, opgegeven in verschillende

Sluiten